Deze docu laat zien hoe helden zijn gemaakt

De Drentse Liberty Tour gaat niet door. bij EenVandaag vertelden de organisatoren dat ze het evenement zelf afbliezen. Ze vond het niet kiezen om een ​​week lang door Drentse dorpen te denderden met 250 tanks en pantserwagens als er drie landen verderop dood en verderf wordt gezaaid met gelijksoortig materieel in een nieuwe oorlog.

Het Gooi Bevrijd, ook een bevrijdingsevenement met oud oorlogstuig, gaat wel door. De organisatie heeft zelfs twee levende veteranen opgeduikeld, een Brit van 99 en een Amerikaan van 97. Of ze op 5 mei nog ‘iets’ met de oorlog in Oekraïne deden vroeg de verslaggever van EenVandaag aan de organisator, en hij had zelf wat simpele suggesties. Een vlag of iets met vluchtelingen. Nee, zei de organisator resoluut. „Het is ónze bevrijding.” En zo is het. Dat was nou juist het punt.

Die ene oorlog hing woensdag de hele dag boven de Dodenherdenking. Geen spreker kon eromheen. Historicus Hans Goedkoop sprak bij de herdenkingslezing in de Nieuwe Kerk over de slagvelden van vandaag. Burgemeester Femke Halsema had het na de kranslegging op de Dam over de „stad die kermt”. Het bombardement van 11 mei 1940 in de hoofdstad was een opmaat voor dat in Rotterdam. Door in haar toespraak subtiele aandacht te verleggen naar de gehavende havenstad, ze Marioepol en Odessa niet eens bij naam te noemen.

Na de plechtigheden gingen we weer naar Drenthe. De NOS maakte daar de documentaire Nieuwlande, onverzettelijk onderduikdorp. Dit dorpje nabij de Duitse grens was gedurende de oorlogsjaren van het grootste onderduiknetwerk van Nederland. Joden in hooischuren, in aardappelkelders, onder de koeienstal, in de kruipruimte van de kerkelijke kerk, in holen in het bos. Geen boerderij zonder duikelaars, zoals onderduikers toen heetten. Het hele dorp kreeg na de oorlog de Yad Vashem-onderscheiding van de staat Israël voor hulp geboden door niet-joden aan joden.

Ontsproten uit de veengronden

Wie dezer dagen televisie kijkt, wil nog een keer de indruk krijgen dat Nederland uitsluitend wordt vastgehouden. In deze documentaire zie je dat niet deze ontsproten uit de veengronden, ze werden tot helden gemaakt. De eerste onderduiker in het dorp was Arnold Douwes, tuinman uit de Achterhoek. Hij sloot zich aan bij het verzet dat werd geleid door Johannes Post. Douwes hield een dagboek bij op kleine briefjes die hij in jampotjes stopte en begroef.

Hij schrijft hoe moeilijk het is om bij de dorpelingen onderdak te vinden voor onderduikers. De uitvluchten die hij hoort: „Plaatsgebrek, pratende kinderen, dan wel dienstbodes.” Hij hoort vooral „egoïsme” in. „Ik wens mijn have en God, mijn vrijheid niet te wagen voor een ander.” En hij had zo zijn tactieken om het verzet van de dorpelingen te breken. „Luiken.” Zeggen dat er een jong joods meisje komt, voor één nachtje. En dan een paar sturen en vervolgens “drie weken niks meer van je laten horen”. Hopen dat mensen zich die tijd gaan zijn gesloten aan hun duikelaars en er niet meer vanaf willen. Werden de dorpelingen bang en wilden ze hun onderduikers slijten? Douwes gaf „niet thuis”.

Nu er nauwelijks zijn de oorlog in leven als volwassen hebben we het doen met de getuigenissen van de kinderen van toen. John Bamberg werd als driejarige ondergebracht in Nieuwlande, op de boerderij van familie Van der Vinne. Hijd zich hoe een dame over de weg langs de boerderij fietste en hem een ​​appeltje aanboo. In ruil daarvoor moest hij een plasje gebruiken. Ze zag dat hij besneden was. Die avond brak de hel los. Begrijpen akte hij het niet. Toen niet, en nog niet.

Leave a Reply

Your email address will not be published.