Ennio Morricone smachtte naar waardering

‘Morricone vind ik fantastisch. Dat is de Mozart van deze eeuw. Heel briljant.” Aldus orkestleider en musicus Willem Breuker in een interview uit 1983. Het citaat had niet misstaan ​​in de bewonderende documentaire Ennio, over leven en werk van de legendarische Italiaanse filmcomponist Ennio Morricone (1928-2020). Hij is gemaakt door regisseur Giuseppe Tornatore, die zelf meermaals met Morricone werkte.

De naar eigen onzekere Morricone eindigt als superster die in zijn laatste jaren bij zijn concerten over de hele wereld steevast door duizenden mensen. Het zal de naar waardering smachtende componist goed hebben gedaan. Rode draad in de film is het lang uitblijven van erkenning door componisten en zijn leermeester aan het conservatorium in Rome, Goffredo Petrassi.

Petrassi en Morricones studeerdegenoten vonden het schrijven van muziek voor films minderwaardig. Door hun houding heeft Morricone zich decennialang gevoeld over zijn vak, hij zelf ook een experimenteel componist was die vele werken voor de concertzaal schreef. Zo maakte Morricone halverwege de jaren zestig deel uit van de improvisatiegroep Nuova Consonanza, voor wie – geheel volgens de tijdgeest – horende ook muziek waren. Een houding die je ook terug hoort in enkele van Morricones beroemde partituren, met zweepslagen een piccolofluit die een coyote imiteert en typemachines.

Ennio doet voorkomen alsof Morricone de eerste was die een typemachine gebruikt in zijn composities, maar dat is niet zo: Leroy Anderson was hem met ‘De Typemachine’ vele jaren voor. Zo zit blinde bewieroking van de maestro de film wel vaker in de weg: de vele loftuitingen gaan op een gegeven moment tegenstaan. Ook Morricone zelf laat zich niet onbetuigd, met af en toe opschepperige opmerkingen. Zoals die over zijn fraaie muziek voor Terrence Malicks Dagen van de Hemel: „Ik ging de film bekijken en terug in Italië schreef ik 18 ideeën op.”

Lees ook: Ennio Morricone, de man van die harmonica

Hoofdmoot van het uitputtende, ruim tweeënhalf uur helen Ennio is een lang, terugblikkend interview met Morricone, een paar jaar voor zijn dood opgenomen. Het wordt doorspekt met archiefbeelden en citaten van regisseurs, componisten en musici die Morricone overladen met superlatieven. Af en toe zegt iemand wat zinnigs, zoals filmcomponist John Williams: „Ennio Morricone heeft een instinct voor wat verleden bij een scène.”

De beste analyses van zijn werk komen van Morricone zelf, die open is over zijn invloeden, van Bach tot Stravinsky. Ook leende hij vaak van zichzelf, een afgekeurd liefdesthema voor de film Eindeloze liefde keerde bijvoorbeeld terug in Er was eens in Amerika. Ook vertelt hij interessante dingen over de vermenging van etnische muziek, 17de-eeuwse muziek en het beroemde hobothema van De missie (1986).

De missie is een van de vier films die Filmhuis Den Haag weergegeven in het mini-retrospectief Het geluid van Morricone. Daarnaast ook Een handvol dollars (1964), een van zijn beroemde samenwerkingen met regisseur Sergio Leone. Zelf was Morricone ontevreden over zijn eerste spaghettiwesterns voor Leone: „Ik was een slaaf van Sergio’s grillen.” De meer experimentele kant van Morricone is horen in het Den Haag ik kannibali (1970) van Liliana Cavani.

Wie eenmaal in Filmhuis Den Haag is, kan ook een gedrag nemen op de tentoonstelling Het geluid van de bioscoop, met vitrines vol grafisch interesse platenhoezen. Geef ze een goed overzicht van de geschiedenis en ontwikkeling van filmmuziek. Een ‘wisselvitrine’ is vergelijkbaar aan Morricone, voldaan de bekend hoes van Het gebeurde in het Westen (1968). In de documentaire Ennio flitst heel kort een foto voorbij van Willem Duys die Morricone een gouden plaat uitreikt voor die nog rossen zeer luisterwaardige elpee.

Leave a Reply

Your email address will not be published.