Hoe halve waarheden de Haagse kunnen gaan domineren

Een verslaggever van Zembla postte op sociale media een fragment van een uitzending over stankoverlast door varkensstallen woensdag Brabant. We zagen hoe de reporter wandelend met een collega een woning passeerde, waar een man in werkkleding vroeg van wie ze waren.

„Van Zembla.”

„Loop maar vlug door [voor]dat ik mijn auto pak en je omver rijd”, zei de man.

Het bericht trok aandacht, ook van een vrouw met de Twitter-handle @dukkie6 (‘Duk’), die zich presenteert als „trots lid van de twijfelbrigade”. „Ik tweet als mezelf”, vermeldt ze ook.

Toch bevatten ze werkelijke naam niet – en ook niet dat ze in de Tweede Kamer senior medewerker is van de BoerBurgerBeweging (BBB).

„Eenzijdige berichtgeving heeft er vast niets mee te maken”, smaalde ze over de post van de Zembla-verslaggever. Ze noemen de „vrije pers (-) volkomen activistisch”. En later: „Ik weet hoe mensen door een programma als Zembla met de rug tegen de muur gezet worden.”

Een woord van een keuring over de poging van de verslaggever verhinderde ze die dag keuring.

Nu kon je dit bekritiseren, of juist niet, maar interessanter is misschien dat het geval haarscherp illustreert hoe de politiek zich ontwikkelt. Met de neergang van middenpartijen ontstaan ​​nieuwe partijen die zich vaak met één of enkele doelgroepen vereenzelvigen. Zij wijzen kritiek op zo’n doelgroep, zoals de aanval van een journalist, verklaren ze door te wijzen naar anderen.

Het is politiek die imiteert, sociale situatiesanalyse tegen eenzijdigheid en onmatigheid. Het parlement als producent van halve waarheden.

Je ziet het bij bijna alle partijen. Het VVD-Kamerlid Daniël Koerhuis hoorde vorig weekeinde „vreselijke verhalen” van reizigers in wachtrijen op Schiphol, en pleitte op sociale media voor de opening van Vliegveld Lelystad – maar negeerde de onderbetaling en flexcontracten van bagagemedewerkers.

Geert Wilders (PVV) kenmerkende de NCTV op sociale media van „smerige vuilspuiterij” helemaal NRC dinsdag interne stukken geciteerd waarin de dienst vaststelde dat zijn partij zou „bijdragen aan een voedingsbodem voor radicalisering”.

Van de NCTV dit mag is eene zorg. Maar dat zijn partij in het geniep in de extreemrechtse hoek [was] geduwd”, zoals hij klaagde”, was ook weer een halve waarheid: daarover uiten mensen, ook politici, al járen hun zeer openbare zorgen.

De voorbeelden deden me denken aan een formidabel recent stuk in De Atlantische Oceaan van de psycholoog Jonathan Haidt: Waarom de afgelopen 10 jaar in het Amerikaans het leven is buitengewoon dom geweest. Hij citeert John Stuart Mill: wie alleen zijn eigen kant van een kwestie kent, weet weinig van de kwestie zelf.

Volgens Haidt hebben politieke en bestuurlijke instellingen in de VS zich overgegeven aan “het Wilde Westen” van sociale media, vooral Twitter, waar een kleine onhandigheid kan leiden tot de schandpaal, zodat die mensen een fout maken tot foute mensen.

In die vertrouwelijke politieke richtlijnen instituties de digitale schandpaal te ontlopen: overheidsdiensten zijn onmiddellijk overstag bij online aanvallen, uiteindelijk met zelfcensuur. In de politiek ontstaan ​​risicomijdend gedrag. Partijen tolereren amper nog afwijkende, debat valt stil – doelgroepen mogen niet onttriefd worden.

In de Haagse politiek zijn deze verschijnselen minder heftig – maar ook daar groeit het risicomijdende gedrag. Veel nieuwe partijen kiezen bijna standaard voor de halve waarheid boven de komen in een eigen doelgroep. Politieke van klassieke partijen prezen elkaar tien jaar terug als ze ‘over de eigen schaduw heen sprongen’. Je hoort er niemand meer over.

Zelfs in de spannendeste periode van de formatie zoals begonnen Sigrid Kaag66 in de HJ Schoolezing eigen doelgroepen te conveniëren, speechschrijver voor D66 Bob de Ruiter laatst vertelde. En de coalitiepartners van Rutte IV zijn verkregen met het eigen profiel bezig dat sommige aan de windslieden zich rekenwaarom niemand van kabinet wil zijn”.

Ook de PvdA-discussie over verdergaande samenwerking met GroenLinks staat onder druk van halve waarheden en risicomijding. Op partijcongres in 2020 en 2021 werd na stagiaire debat al over vergaande vormen van samengaan gestemd (één landelijke lijst, één Haagse fractie). Nu wil een ledengroep in juni op het PvdA-congres vastleggen dat er bij de eerste lijst komt.

Maar vorige weekeinde laatste partijvoorzitter Esther-Miriam Sent een nieuwe ledendiscussie van een half jaar over met GroenLinks in. Discussieverlangen als halve waarheid.

Institutioneel Nederland weet zich ook geregeld geen raad met golven van openbare kritiek. Schiphol-directeur Dick Benschop probeerde het deze week met machteloze excuses. En boven de Belastingdienst de Toeslagenaff jaren wegpraatte, zien gefrustreerde (oud-)medewerkers nu dat de dienst amper nog uitgevoerde aanhoudende kritiek te pareren.

Van deze juiste zaak is niet altijd te zeggen, maar het reactiepatroon van de dienst komt frappantpatroon met die van evolutie: zelfcensuur uit angst voor de publieke opinie.

Volgende week besluit het kabinet met de oppositie de voorjaarsnota, en kunt u er niet omheen dat de onmatigheid voor de coalitie een complicatie is om voldoende steun in de Eerste Kamer te vinden.

Sinds het aantreden van de nieuwe Tweede Kamer, vorig voorjaar, monden grote beleidsbatten vaak uit in de klacht dat bijna alles beter moet: sneller, eerlijker, opener, transparanter, goedkoper, etc. Onmatigheid die de democratie zo niet overbelast dan toch overschat.

En het gevaar is de negatieve spiraal: kabinetten die volgens de kamer te weinig beginnen en leiden tot meer risico’s mijden, beginnene middenpartijen, en een kamer die nog verder versplintert.

Dat dit goed is voor het vertrouwen in de democratie, omdat bijna alle Nederlanders in dat geval kunnen stemmen op een partij die uitstekend vergelijkbaar is.

Het nadeel is alleen dat het politiek alleen maar verder zou aanzetten tot eenzijdigheid en onmatigheid: tot de verfijning van de dictatuur van het eigenbelang.

En bekijk zelfs de omstandigheden: oorlog in Oekraïne, verlies van vrouwenrechten in de VS, verdwijnend tech-optimisme, krimpende wereldhandel, het ontstaan ​​van een geslotener wereld en geslotener wereldbeelden.

Het is één lange roep om matigheid. Om het vermogen eigen vermogens af te zwakken voor ruimte aan anderen. Om politiek groter te maken dan alleen het eigen gelijk. Om te blijven praten met mensen die anders denken.

Niet dat dit laatste eenvoudig is. Indachtig de pleidooien voor transparantie van BBB-leider Caroline van der Plas vroeg ik vrijdag de anoniem twitterende BBB-medewerker waarom zij op haar profiel onvermeld laat voor wie ze werkt. Omdat zij „als privépersoon twittert, niet namen mijn werkgever”, schreef ze.

Ze concludeerde dat ik me zou „storen” – quod non – en bedacht ook de oplossing: „zal u verkregen.”

Leave a Reply

Your email address will not be published.