Huguette Calands voorstellingen zijn altijd dubbelzinnig

Huguette Caland schilderde dijbenen, borsten, vulva’s, billen in een tijd dat de abstracte schilderkunst hoogtij vierde. Haar serie Steekpenningen de corps (‘Lichaamsdelen’, jaren zeventig), doet denken aan kleurenveld-schilderkunst, met grote monochrome vlakken in uitbundige kleuren. Maar Calands voorstellingen zijn altijd dubbelzinnig, tegelijk abstract en figuratief. Een paar oranjegele dijbenen, tegen elkaar gedrukt en van bovenaf bezien, staan ​​parallel aan het doek als verticale kolommen tegen een zeegroene achtergrond. Een zelfportret, uit dezelfde serie, is een egaal roze vlak met in het midden van de rand een kleine donkerrozekeping met een wit driehoekje, waardoor het platte vlak verandert in een paar zachte billen.

De eigenzinnige Caland (Beiroet, 1931-2019), de dochter van Beshara al-Khoury, de eerste president van de republiek Libanon na de Franse kolonisatie, een uitbundig en een vreugdevol oeuvre dat dwars tegen alle maatschappelijke en artistieke conventies in ging. Na de dood van vader in 1964, die vijf jaar lang door haar werd verpleegd haar, Caland dat zij beeldend kunstenaar was. Ze schreef zich in aan de internationale Amerikaanse kunstacademie in Beiroet.

Huguette Caland, Steekpenningen de corps (152,4 x 152,4 cm, olieverf op linnen), circa 1973.

Foto Collectie van Viveca Paulin-Ferrell en Will Ferrell / Wiels

Californië

In 1970 vertrok Caland naar Parijs om haar artistieke aspiraties waar te maken. Ze leven er met de Roemeense beeldhouwer George Apostu. Na diens verhuisde ze in 1987 naar Venetië, Californië, waar zij een huis en atelier liet bouwen. Zij nam actief deel aan de kunstscene en was bijvoorbeeld nauw bevriend met de bekende schilder Sam Francis. Zelf zou zij altijd in de marges van de kunstwereld blijven. Enkele jaren voor haar eigen dood, in Beiroet, vond zij eindelijk internationale erkenning voor haar eigen werk.

De tekening Hoi! (1973) zegt alles. Met rake zwarte lijnen tekende Caland een vrouwenfiguur dat zichzelf zonder enige gêne toont, met wijd opengespreide benen en uitgestrekte armen, als een enthousiaste omhelzing of als een reuzen over het witte blad papier, rebels en genereus tegelijk. Veel later schilderde Caland een Hommage aan het Schaamhaar (2010), een veelkleurige studie van de schaamstreek. Het werk van Caland is binnen je gezichtsexy, grappig, vol zelfspot en zonder enige schaamte of terughoudendheid, soms angstaanjagend.

Huguette Caland, Eerbetoon aan schaamhaar (25,4 x 25,4 cm, deeltjes techniek op papier), circa 1992.

Foto Privécollectie / Wiels

Radicale erotiek

Vanaf de jaren negentig gaat de radicale erotiek in Calands werk samen met een lust tot decoreren. In fijnmazige, patchworkachtige patronen schilderde zij tapijtachtige schilderijen, mozaïekachtig, met veel kobalt, goud en zilveren sluiers, ontwikkeld op traditioneel Palestijns borduurwerk. Sommige van deze doeken lijken op zwevende landschappen gezien in vogelvluchtperspectief. De werkwijze lijkt ook wel gebruik op borduren: de patronen zijn zo klein dat Caland ‘voortbord’ aan een deel van het grotere vlak, overzicht te hebben over het geheel.

„Mijn energie komt van de aarde en geeft mij vleugels om te vliegen – ik heb dat meer nodig dan wortels”, noteerde Caland in haar schetsboek in 1991. Deze kosmopolitische kunstenaar wist culturele verschillen tussen Oost en West, tussen moderniteit en traditie te overbruggen en met elkaar te verzoenen.

Leave a Reply

Your email address will not be published.