‘In Amsterdam beginnen mensen het te begrijpen’

Raquel van Haver groeide op in Purmerend en Hoorn, maar zodra het kon verhuisd ze naar Amsterdam. Als kunstenaar had ze een grote expositie in het Stedelijk Museum. Dat heeft veel veranderd. In Nederland hobbelen we soms overal achteraan.’

Robert Vuijsje

Raquel van Haver wist het al langer, maar toen ze door het Rijksmuseum liep viel alles ineens op z’n plaats. De 17de-schilderijen die daar hangen, zijn eigenlijk dezelfde als moderne hiphopfoto’s. Het uitgangspunt is bij beide: kijk mij eens rijk en stoer zijn.

“In de 16de en 17de eeuw was een portret een statussymbool te zien was wat macht en geworden de geportretteerden hadden gebracht. Het was een jaarlijks ding, een soort groepsfoto. Zo’n schilderij werd in de ontvangstkamer opgehangen zodat gasten konden zien wat je had gepresteerd.”

“Ik was al een paar jaar met verschillende curatoren en directeuren in gesprek over dit onderwerp, om te beginnen met de oud-directeur van het Amsterdams Museum, Paul Spies. Die 17de-eeuwse schilderijen kun je zoals gezegd lezen als een presentatie van macht en zoals je dat ook ziet bij koningshuizen en artiesten, in hiphop of bij andere genres.”

Ik denk dat veel mensen het ene zien als hoge kunst en het andere als een platte foto van opschepperige patsers.

“Die mensen moeten dan bij zichzelf te rade gaan. Ik zie geen onderscheid tussen fotografie van nu en schilderijen van toen. Ze dienen hetzelfde doel. Ze vertellen een verhaal over iemands karakter, beroep en status. En ook: kijk naar mijn weer.”

Over drie jaar, als Amsterdam 750 jaar bestaat, komt er door de hele stad een expositie, meer georganiseerd door het Amsterdam Museum, waarin een moderne blik wordt bekeken naar dit soort schilderijen. Raquel van Haver zal hiervoor portretten maken van Amsterdammers die de stad hebben ontwikkeld en veranderd. “Ik wil ze eren, we mogen trots zijn op deze mensen.”

Ze vertelt het in de Amsterdamse Poort, niet ver van het Zandkasteel, het lege voormalige ING-kantoor dat, als het goed is, ruimte biedt aan kunstenaars, curatoren, schrijvers en muzikanten. “Met de focus op de lokale kunstenaars, maar ook verbonden aan de internationale kunstwereld. Het ziet er positief uit, ik denk dat het gaat lukken. In deze buurt zie je nu zoveel gebeuren, net als in West en delen van Noord, rond de NDSM. In het Centrum nog veel, maar voor nieuwe rossen is het daar vaak te duur.”

De ouders van de uit Colombia geadopteerd Van Haver hoorden bij de Amsterdammers die naar Purmerend kartonnen – en later naar Hoorn. “Maar ze werkt altijd hier, in mijn herinnering was ik in Amsterdam. Mijn moeder werkte in de Bijenkorf, mijn vader op het Beursplein, vlak bij elkaar. Daar lunchen we.”

“Mijn moeder komt uit het centrum, de grachtengordel, mijn vader uit de Jordaan. Ze voelen zich nog heel erg Amsterdams, gingen naar vrienden hier. Maar buiten de stad konden we groter wonen, met een tuin.”

Hoe was het daar?

“Het klikt niet tussen mij en die omgeving. het kon, wilde ik naar Amsterdam verhuizen en dat heb ik ook gedaan. Ik was zeventien, net een paar maanden van de havo en zat al op de Rietveld Academie. Mijn persoonlijke vriend woonde hier in Zuidoost; het scheelde reistijd vanuit Hoorn.”

Wat vond je hier dat daar niet was?

“De mensen waren interessanter, de beter gesprekken. Museum, ballet, toneel, bioscoop: wat je ook wilde, het kon elke dag van de week. Ik heb een jaar op de Rietveld gezeten. Het past niet. Heel conceptueel, academisch, niet vrij. Je moest doen wat de docent zei. Na dat jaar bijna de helft van de eerste jaars van school. Ze belden me: je moet naar de HKU in Utrecht komen, daar is het beter, je krijgt meer ruimte. Die pasta is eigenlijk beter bij mij.”

Waarom wil je schilderen?

“Ik gebruik een visuele taal. De stap van tekenen naar schilderen is klein. Door de jaren heen is groter geworden. Ik maak collages, tekeningen en film, maar ook installaties, geluid, foto’s en essays. Het gaat om het verbinden van mensen. Dat doe ik ook door exposities en kunstenaarscollectieven op te zetten. Je hebt kunstenaars die hetzelfde doen, en dat kan ik zeker begrijpen, maar mijn werk evolueert met de onderwerpen mee. Wat ik nu maak, is anders dan wat ik een paar jaar geleden maakte.”

Hoe wist je dat je er goed in bent?

“Het ene kind ziet dat hij goed is in tennissen van wiskunde. Ik kon dit kennelijk goed. Het gebruik van mijn opa, de vader van mijn moeder, mij heeft geleerd hoe ik de technieken toegepast toepassen. Hij schilderde zelf ook en kende veel kunstenaars, daar bracht hij me naartoe.”

“Eerst werkte hij op de NDSM, in een managende rol. Na zijn pensioen ging hij stadsrondleidingen geven. Hij kende veel mensen, een leuke, amicale man. Als je met hem door Amsterdam liep, werd hij door iedereen begroet. Ik heb met ouders die me geluk gehad naar musea. Dat is zo belangrijk voor kinderen. Boeken, toneel: de afstand is veel kleiner als je ermee bent ontworpen.”

Welk Amsterdams museum staat bovenaan in de hiërarchie, waar wil je het liefste exposeren?

“Dat kun je niet zo zeggen. Het hangt af van het project: wat wil je ermee bereiken? Het Amsterdam Museum gaat over de stad, het tussen Stedelijk is opgericht als stadsmuseum en is nu internationaal, als verbinding de stad en de grote moderne kunst. Het Rijks heeft een prestigieuze collectie, maar de focus ligt niet op hedendaagse kunst. Het verandert langzaamaan. De Hermitage heeft ook weer een eigen visie, net als het Van Gogh.”

In 2018 en 2019 had Van Haver een solotentoonstelling in zes zalen van het Stedelijk Museum. Geesten van de bodem wordt door het museum als ‘een serie monumentale schilderijen’ waarin zij ‘reflecteert op haar verblijf in de barrios en favelas megasteden in de Caraïben, Afrika en Latijns-Amerika.’ Het waren enorme doeken inclusief dikke klodders specifieke straattaferelen werden weergegeven.

Was die tentoonstelling je doorbraak?

“Het was het grootste wat ik tot dat moment in Nederland had gedaan. Maar ik was al vanaf 2015 actief met mijn galerie in Londen en had al veel projecten gedaan in het Caribisch gebied en Zuid-Afrika. Het Stedelijk was hele publiciteit, het zorgde ervoor dat ik goede gedachtenr werd genomen. En het heeft ook veel veranderd.”

Wat dan?

“In Nederland hobbelen we soms overal achteraan. We hebben heel goede systemen om kunstenaars te helpen, zoals de subsidies van het Mondriaan Fonds en het AFK, het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Dat vind je bijna nergens anders. Maar de gedachte dat het Westen leidt is en dat alleen belangrijke kunst wordt gemaakt… Dan leef je echt in het stenen tijdperk, die tijd is voorbij. Ik denk dat mijn expositie in het Stedelijk over representatie ging en de noodzaak daarvan.”

“Ik kom veel in Ghana en Colombia, daar is een noodzaak om goede, relevante kunst te maken. De noodzaak is hier anders, dan krijg je ander werk. Misschien willen of hoeven wij niet zo nodig. Op grote kunstbeurzen is Nederland niet of nauwelijks aanwezig. NFT’s, dat is in Nigeria zo groot. In Latijns-Amerika zijn mooie instellingen, vaak privé.”

Ze moet zelfs lachen. “In de rest van de wereld wordt gezegd: ‘Je komt uit Nederland? Oké, leuk.’ De gesprekken over onderwerpen als restitutie, dat wordt bijna overal gedaan. Niet alleen het systeem doorzien van kunstwerken naar waar ze oorspronkelijk komen, maar ook het systeem doorzien dit mogelijk was. En zorgen dat het verandert dat het niet weer gebeurt. In Amsterdam en Rotterdam zie je nu wel een verandering, mensen beginnen het te begrijpen. In de Randstad gaat alles sneller dan in de rest van het land.”

Hoe vaak ben je in Amsterdam?

“Ik ben net vijf maanden weggewest. Vanaf 2015 ben ik zeker twee tot vier maanden per jaar niet in Nederland. Ik heb veel contact met vrienden in Colombia en Ghana. In die twee landen ga ik nu grote projecten doen. Waarom zou ik me proberen tot werk over Nederland? Op onze telefoon zien we de hele wereld voorbijkomen. Als ik word gevraagd door een buitenlandse instanties van curator doe ik daar mijn onderzoek. Dat kan overal zijn.”

“In Noord heb ik een groot atelier, ik denk dat het ruim 100 m2 is. Daar doe ik het schilderen. Ik heb alles bij de hand en als ik iets nodig heb, is hier mijn netwerk waarmee ik het kan regelen. Als ik na zo’n lange tijd weer in Amsterdam ben, is het: ha, ik ben weer thuis. Maar als ik hier te lang ben, begint het te kriebelen.”

CV

Raquel van Haver (Bogota, Colombia, 1989) is kunstenaar. Ze ingezet in 2012 af aan de HKU in Utrecht.

De stad van … Raquel van Haver

Echt Amsterdams
“Fietsen, op een terrasje zitten, door de stad.”

Accent
“Geen flauw idee. Ik pas het snel aan, ik kan plat praten, maar ook ineens weer ABN.”

Partner
“Een wereldburger. Hij komt niet uit Amsterdam.”

Huur van koop
“Als ik ooit kan kopen, zal ik het doen – als het moment komt dat ze me een hypotheek willen geven. Aan banken mag ook wel iets veranderd worden.”

Importeren
“Die moeten wel onderdeel van de buurt worden. Dat gebeurt niet als je niet omgaat met de mensen om je heen.”

Amsterdammers klagen graag over de snel veranderende stad, maar willen hier toch blijven wonen. Hoe werkt dat vraagt, schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Salomons oordeel) zich af in een korte interviewserie met bekende en minder bekende Amsterdammers. Dit is aflevering 18. Lees hier alle afleveringen terug.

Leave a Reply

Your email address will not be published.