In de glastuinbouw is verduurzamen onaantrekkelijker geworden

Ze hebben tot de eersten in Nederland: in 2008 besloten de broers Ammerlaan in Pijnacker hun kassen met aardwarmte te verwarmen. Ze wilden minder afhankelijk worden van aardgas

Eenvoudig was het niet, vertelt Léon Ammerlaan nu. Voor aardwarmte moet je diep de grond in. Ruim twee kilometer boorden ze, om water omhoog te halen dat heet genoeg is. Het was een zoektocht naar de technieken en machines. „Nu is dat aangevraagd algemene kennis”, zegt Ammerlaan. „Maar wij niet.” nog veel zelf uitvinden.

Maar het product. In 2010 werd de installatie in gebruik genomen en herdoopte het familiebedrijf zich tot Ammerlaan The Green Innovator.

Kort geleden snort in Pijnacker alweer een nieuwer model aardwarmte-installatie, die 6,5 hectare yucca’s, sanseveria’s en kentiapalmen op temperatuur houdt. En meer: ​​„Wij leveren warm water aan ruim vijfhonderd woningen, een zwembad, een school en 75 hectare kassen, van 28 kwekers.”

Ammerlaan is naast handelaar in planten nu ook handelaar in warmte.

Vergroening stokt

De Nederlandse glastuinbouwsector, een kleine 3.000 bedrijven, wordt verwezen als vooruitstrevend. High Tech. Innovatief. Het barst van de creatieve ondernemers die dapper en eigenwijs genoeg zijn om het op een andere manier te proberen – en daar goed aan verdienen. Kijk naar Léon Ammerlaan. In 2020 won het bedrijf nog de Energie Award van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Maar het is maar een deel van het verhaal. De gascrisis maakt duidelijk hoe afhankelijk een groot deel van de sector is van fossiele brandstoffen. De landbouw is goed voor 7 procent van het aardgasgebruik in Nederland, en binnen de sector komt het grootste deel voor rekening van de glastuinbouw. Meer een vijfde van het energieverbruik in de komt van duurzame bronnen van restwarmte, blijkt uit de laatste editie van de Energiemonitor van de Nederlandse glastuinbouw. De rest komt grotendeels van aardgas.

Maar je zou verwachten dat de vergroening van kassen versnelt nu de energietransitie meer vorm krijgt, blijkt het tegendeel in de praktijk vaak waar. Sinds een paar jaar is het minder aantrekkelijk geworden voor tuinders om te verduurzamen, concludeerden onderzoekers van Wageningen Economic Research vorig jaar, in het rapport Effecten van actuele ontwikkelingen op prognoses CO2-emissie glastuinbouw 2030.

Het animo voor duurzame energieprojecten bij tuinders en investeringen is „negatief”, schrijven de projecten ontwikkeld. Het zal „een stevige uitdaging” zijn de geestdrift van ondernemers voor vergroening weer te vergroten. „Bij het animo is toekomstvertrouwen een sleutelbegrip. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.”

Door deze ontwikkelingen is het verder ontwikkeld van de klimaatdoelen geraakt. „Substantiële” verhoging van prognoses van CO2-reductie in 2030 – een belangrijke tussenstap naar 2040, waarin de sector klimaatneutraal wil zijn – is „noodzakelijk”, staat in het rapport.

„Wij leveren warm water aan ruim vijfhonderd woningen, een zwembad, een school en 75 hectare kassen, van 28 kwekers”, aldus Léon Ammerlaan.
Foto David van Dam
Het bedrijf, Ammerlaan The Green Innovator, kweekt tropische planten.
Foto David van Dam
Foto’s David van Dam

Verkeerde prikkels

De daling van de CO2-uitstoot in de glastuinbouwsector is in de laatste jaren gestagneerd en de uitstoot is in 2020 zelfs iets verbeterd. haalde de sector zijn eigen duurzaamheidsdoel voor 2020 niet.

Hoe kan dat? Voor de verhoging zijn meerdere, zoals de verhoging van het totale oppervlak aan kassen. Maar is er „een aantal signalen zegt”, Pepijn Smit van Wageningen Economic Research, een van de schrijvers van rapport over de emissie van de glastuinbouw.

Grof gezegd is het gat tussen een duurzame en een dominante kas de laatste jaren vermogens. Duurzaam is duurder geworden. En duurzaam is ook makkelijk: een gasloze kas realiseren is allesbehalve makkelijk. Geopolitiek speelt een rol, de markt speelt een rol, maar deels speelt ook een rol, zegt Smit. „De sector en zijn partners willen die omslag maken van fossiel naar duurzaam. Maar de overheid is voor fiscale en matige regels verantwoordelijk voor de glastuinbouw.”

Het grootste pijnpunt was een veel hogere heffing op elektriciteit voor ondernemers sinds 2019. Die heffing – voluit Opslag Duurzame Energie – is bedoeld om de subsidiepot voor verduurzaming te spekken, maar zit vergroening in de glastuinbouw juist in de weg.

Tuinders die veel elektriciteitsinkopen, merken in hun portemonnee. Zoals Rob Baan, eigenaar van Koppert Cress, dat ‘microgroentes’ verbouwt voor restaurants wereldwijd. Baan koos er al jaren geleden voor zijn kassen te verduurzamen: ze slaan onder meer in de zomer warmte op en hebben led-verlichting. Baan was ‘extreem’ kwaad” toen hij ineens veel meer moest betalen voor zijn groene stroom.

Baan, bestuurder van brancheorganisatie Glastuinbouw Nederland en in 2020 Agrarisch Ondernemer van het jaar, de heffing sowieso „een weeffout. Je bestraft de voorlopers door een duurzaam bedrijf te laten meebetalen om de achterblijvers over de brug te trekken.” En, zoals hij graag zegt: „Je kunt niet groen zijn als je rood staat.”

Hij opgesteld zijn gasinstallatie, waarmee hij ook stroom kan produceren, weer aan te zetten. „Die draait nog steeds, want er is veel aan stroom.”

Energieverkoop

Ook bij andere tuinders draait de gasinstallatie vol. De warmte en stroom die de gasverbranding opwekt – ‘warmte-krachtkoppeling’, WKK – is niet alleen voor eigen gebruik, maar ook voor verkoop. Want als aardgas duur is, is elektriciteit dat ook, en gebruik dus lucratief. En tuinders al gebruik maken van verlaagde belastingtarieven op aardgas, betalen ze zelfs geen belasting op gas dat ze gebruiken voor het vermogen van elektriciteit.

„Het is te aantrekkelijk om de WKK aan te laten staan”, concludeert ook Martijn Blom, van milieuadviesbureau CE Delft. Ook hij deed meermaals onderzoek naar verduurzaming in de glastuinbouw.

Er valt trouwens best wat voor de WKK te zeggen. De restwarmte komt in de kas goed van pas, net als de vrijgekomen CO2: die gebruiken planten voor fotosynthese. Daarbij is het een flexibele manier van elektriciteitsproductie: de WKK kan makkelijk aan en uit.

Maar de WKK heeft lagere voordelen, zegt Blom. Het is beter dan grijze stroom inkopen, maar je blijft fossiele brandstof gebruiken. En dat voordeel relatief verdampt snel, zegt hij, met de vergroening van het elektriciteitsaanbod in Nederland. De WKK „rechtvaardigt de fiscaal gunstige positie niet meer”.

Een andere ongunstige prikkel ziet Blom in het gemeenschappelijke CO2-plafond voor de sector. Bij overschrijding moeten alle tuinders naar rato van het energieverbruik bijbetalen. „In theorie” zou dat moeten werken, staat in een CE Delft-rapport uit 2020 verwijzen Blom meeschreef. Maar het systeem kent „te weinig individuele prikkels” om effectief te zijn. Daarbij de afrekening enkele jaren achter, wat het gevoel van urgentie ondermijnt. „Het is een gratis rijder-probleem”, aldus Blom. „Het verminderen van het verbruik is vooral een verbruik, het vermijden van de boete een voordeel betreft.”

Ook het kabinet ziet nu in dat het sectorplafond niet werkt. Vorige week werd verstrekt dat het in 2025 wordt afgeschaft. Daarbij voor een slechts handvol tuinders CO2-uitstoot via het Europese emissiehandelssysteem ETS. in 2019 gelijke NRC dat de overheid tientallen glastuinbouwbedrijven had actief meegeholpen zich te onttrekken aan dit systeem.

Ammerlaans bedrijf staat op de lijst voor aansluiting op een grote ‘warmterotonde’, die producenten en ontvangers van warmte aan elkaar koppelt.
Foto David van Dam
Foto’s David van Dam

Warmterotonde

Wat ziet potplantenkweker Léon Ammerlaan als grootste obstakel voor verduurzaming? Hij is er niet lang over na te denken. Om zich heen ziet hij dat het probleem vooral ligt „bij het krijgen van vergunningen”. Ook Wageningen Economic Research concludeert dat. Zo is bijwarmteprojecten het „pakket aan specificaties vergroot”, de onderzoekers. Ze wijzen onder meer op de „maatschappelijke discussie” over de veiligheid van aardwarmteprojecten.

Het Zuid-Hollandse Pijnacker, waar Ammerlaans bedrijf zit, ligt in een gebied voor intensieve tuinbouw dat het Oostland wordt genoemd. Het bedrijf staat op de lijst voor aansluiting op een grote ‘warmterotonde’, die producenten en ontvangers van warmte aan elkaar koppelt. „Vanaf de haven in Rotterdam, via Den Haag met vertakkingen naar het West- en Oostland.” Maar het project komt moeizaam van de grond, zegt Ammerlaan. „Als het goed is, gaan de eerste buizen vooruit de grond in.”

Daar is dan jaren over „gesteggeld” door zoals gemeente, provincie en Gasunie, hij. En niet alle tuinders stonden te springen. Moesten ze tekenen voor afname van een hoeveelheid warmte, zonder de prijs te kennen. „En gas was heel goedkoop.”

Dat debat laaide ook hoog op rondom biomassa, een andere veelgebruikte alternatieve energiebron in de glastuinbouw. afgelopen vrijdag het kabinet daarom per direct nieuwe subsidies voor ‘houtige’ biomassa te stoppen.

Hoe moet het nu verder in de glastuinbouw? Voor de sector als geheel is het nog steeds haalbaar in 2040 klimaatneutraal te zijn, denkt Blom. Maar dan zullen de tuinders, met steun van de overheid, aan de bak moeten. „Warmtenet, geothermie, restwarmte: verbonden overstappen is de mogelijkheid om te overleven.”

Leave a Reply

Your email address will not be published.