In het propvolle Museum Arnhem bedelt elk kunstwerk om aandacht

Meer dan vijftien honderd kilo kwartsiet en leisteen ligt op de vloer. Daarbovenop fonkelt een gouden ring, als eenzaam vlaggetje op een bergtop. Katharina Dettar verwant in 2016 af aan het Royal College of Art in Londen. Officieel is ze sieradenontwerper, maar haar werk, zo bleek op een van de openingententoonstellingen van het vrijdag voor geopend publieke Museum Arnhem, gaat over veel meer dan een ring die je aan je vingert. Bij Dettar gaat het om het lichaam dat ze verbeeldt met middelen ontleend aan de Arte Povera. Het is zeker er gouden onmiddellijk: dit is wat een gouden ring kost, zo veel steen moet worden uitgegraven om twee gram goud te delven, en daarbij ook het gif niet dat wordt gebruikt.

1.540 = 0,0021 kilo (2016) ligt in een ruimte lege tussenzaal van de nieuwe, door architectenbureau Benthem Crouwel ontworpen tentoonstellingszalen van het museum. Die tussenruimte, uitzicht op het Rijndal, met vier tentoonstellingszalen in een langwerpige doos van 1.100 meter. Voorbeelden is de nieuwbouw in Arnhem ongeveer net zo groot als de kelder van de badkuip in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Ter gelegenheid van de nieuwbouw zijn drie tentoonstellingen ingericht, waarbij Open vooral educatief is. De gratis toegankelijke Beeldentuin heeft een nieuw gekregen gekregen en biedt naast oude publiekslievelingen als Maria Roosens Borstentro’s (2008-2010) en Thom Puckey’s Ondergrondse fontein (1989) een fonkelnieuw monumentaal beeld van Monika Dahlberg. De eerste tentoonstelling in het museum bereik je vanaf de schitterende gerestaureerde koepel van Cornelis Outshoorn uit 1873.

Dick Ket, Zelfportret met baret(olieverf en paneel, 64,5 x 53,7 cm, 1933).
Foto Peter Cox
Jan Mankes, Jonge witte geit(olieverf op doek, 1914).
Foto Collectie Museum Arnhem
Katharina Dettar, 1.540 = 0,0021KG, (2016).
Foto Guillem Trius

Kakofonie

op zeker Houdbaar Tot, zoals die tentoonstelling heet, zijn meer dan tweehonderd werken uit alle tijdslagen en disciplines van de collectie Verenigde Staten. Centrale vraag: hebben mens en dier nog wel een toekomst op aarde? In deze zalen gaat het om thema’s als vernietiging van leefwerelden, milieuvervuiling, koloniale overheersing en de-kolonialisme, feministische utopieën en het kwaad van het altijd maar meer willen.

Het zijn onderwerpen die allemaal urgent en relevant zijn, en natuurlijk passagiers bij het geëngageerde beleid dat de visionaire directeur Liesbeth Brandt Corstius tussen 1982 en 2000 vorm gaf. Brandt Corstius was een van de eerste museumdirecteur die werk van vrouwelijke kunstenaars structureel aankocht, en zij schrok niet terug van een beetje uitleg bij kunst. Maar nu slaat de toon met teksten die hypercorrect en doorperig zijn.

zeker Houdbaar Tot begint nog best goed, met een sensationeel gebaar van een uit felgekleurde plastic stukjes jerrycans opgetrokken ‘mozaïekkleed’ van de Ghanese kunstenaar Serge Attukwei Clottey. Maar rondom die nieuwe aanwinst wordt het al snel een kakofonie. Ook de tweede tentoonstelling Van Links naar Rechts – over neo-realisme en politiek activisme dat soms in het foute, rechtse kamp belandt – kampt met dit euvel. Tussenwanden vergroten benauwdheid. Het gebrek aan uitzicht wordt erg gemist.

Claudia Martínez Garay, Suqta Pacha(getuft wandkleed, 250 x 156 cm, 2020).
Foto Greg Carideo
Claudia Martínez Garay, Tawa Pacha(getuft wandkleed, 250 x 156 cm, 2021).
Foto Greg Carideo
Gopi Krishnan, Zonder titel (Figuur en dieren)(1992).
Foto Marc Pluim

Schitterende werken

Natuurlijk, er zijn schitterende werken uit alle hoeken van de wereld te zien. Avantia Damberg maakte een prachtig veelluik over de verontreiniging van Curaçao door Shell. De Australische Helen Britton bezingt in zwartgeblakerde bloemen, planten en stukken gereedschap haar verbrande moederland. En de Turkse Müge Yilmaz presenteert een compleet dorp vol fantastische spirituele toekomstdromen. Maar deze werken verworden tot voetnoten in propvolle zalen waar elk werk om aandacht bedelt. Daarbij moet je oppassen als je een stap naar achter zet om een ​​werk beter te bekijken. Voor je het weet, stoot je een vitrine aan of prik je jezelf aan een kunstwerk.

Wie heeft in Arnhem de artistieke regie gehouden? Wie heeft gekeken naar kijkrichting, concentratie en dramaturgische opbouw? De directeur? Het curatorenteam? te weinig. Als resultaat daarvan kan een oorspronkelijk geit van Jan Mankes in Arnhem niet gewoon zijn, maar het moet als illustratie dienen voor een thematisch verhaal en wordt een schitterend zelfportret van Dick Ket uit 1939 vooral voorbeeld van een ooit verguide realistische schilderstijl.

En zo keer je weer terug naar die serene tussenruimte. Hier staat Dettars 1.540 = 0,0021 kilo eenzaam indrukwekkend zijn. Dit rustpunt is de uitzondering in een parcours dat verder vooral beklemming oproept. En de kunst: zij delft in dat parcours het onderspit.

Lees ook de recensie van de architectuur: Schitterende ‘cliffhanger’ op de mooiste plek van Arnhem

Leave a Reply

Your email address will not be published.