Kunst moet op zoek naar waarheid

Als we ergens aan lijken te hebben dezer dagen dan is de waarheid. Waarheid, en troost, en empathie. Om met dat te beginnen: het is de laatste te zien hoe de gruwelijke oorlog in Oekraïne empathie ineens weer tot een onderwerp heeft gemaakt. Kijk naar de roerende-genereuze manier waarop mensen in heel Europa de Oekraïense vluchtelingen opvangen, zich veel zonder twijfel openstellen voor anderen en zich heen over het verlies van privacy. Maar ook, in het verlengde daarvan, de vraag waarom Oekraïners daadwerkelijk ruimhartig onderdak wordt gegund en Afghaans, Syriërs minder bedoeld is er zelfs voor enorm genereuze mensen een grens aan de mate waarin je je kunt verplaatsen in mensen uit een andere cultuur, een ander uiterlijk (en hé, daar is de Zwarte Piet-discussie weer). En dan heb ik het empathie-technisch nog niet eens over de reacties van het Westen Poëtin-verstehers op de slachtpartij in Boetsja of de aanval op het station van Kramatorsk. Wat speelt er zich af je hoofd als je eerste reactie op dergelijke beelden van onttreddering en vernietiging en dood is om ze te gaan afspeuren op een bewegende hand van een verplaatst om te bewijzen dat ze nep zijn? Zie je dan de doden niet, de verminking, de medeogenloosheid? Of denk zelfs over de gruwelijke taferelen die in Boetsja buiten het zicht moeten hebben: aanbellen, komt u zelfs naar buiten, hallo, kogel door het hoofd, dood, volgende deur. Als je hier niets bij voelt, waarbij dan wel?

Bestaat er anders als medeleven voor Joost Niemöller, Thierry Baudet, Marianne-dor-hout-Zwagerman en de hunnen?

Empathie-mechanisme

Dit intrigeert me mede omdat dit empathie-mechanisme ook bij kunst een belangrijke rol speelt. Wat is kunst: beelden, klanken, die signalen oproepen, ideeën, angsten, fascinaties die je kent – ​​in ieder geval niet op die manier. En iets in je lijf van je geest op hun kop zetten. Daarbij is altijd empathie nodig, al is het maar in de vorm die opschorting van ongeloof wordt genoemd: je weet dat een schilderij, een film, een muziekstuk een constructie is, verf, pixels, verplaatste lucht, maar omdat je weet dat de kunstmatige constructie de eerste stap is naar ontroering, verbeteringen, verdieping, zet je je over je eerste ongeloof heen – dit is bij het ervaren van kunst zo elementair over denkt. Kunstenaars, op hun beurt, daar weer gebruik van: je over de drempel van het ongeloof bent heengestapt, laat je veel makkelijk meeslepen in een geconstrueerde, fictieve wereld met andere dan in de wereld van alle wetten. Niet voor niets gelden meerduidigheid en ongrijpbaarheid al decennia als enkele van de belangrijkste kenmerken van hedendaagse kunst – kunstenaars worden niet gemaakt om te trekken, maar nieuwe vergezichten te openen. Verbeelding, geen waarheid.

Maar wat als de waarheid van de verbeelding overstijgt?

Door de ingrijpende gebeurtenissen van de afgelopen weken denk ik af en toe aan de dood van mijn moeder, bijna een jaar geleden. Haar dood kwam niet onverwacht, ze was niet meer bij bewustzijn, maar toch was de ervaring, zittend aan haar sterfbed, nog erger dan ik had gedacht. In die toekomst die zij en ik altijd bewaard zichtbaar zichtbaar kleiner, werden ik onze toekomst die zij en ik altijd bewaard zichtbaar zichtbaar kleiner, later moesten ik onze natuurlijke herinneringen verzorgen – kon ik dat wel? Zouden ze me niet ontglippen? Zittend aan haar bed klampte ik me vast aan beelden, geuren uit het verleden, die hun betekenis allemaal ontleenden aan gevormde herinneringen (oranje dakpannen tegen een blauwe lucht, het schrobben van de grijze stoep, kerstdiner, met je hak een streep trekken in de kiezels op het grindpad, het woelen in de vacht van een hond, inclusief de geur die loskomt, spaghetti met tomatensaus en gehaktballen, kristallen glazen in een wankel kastje, de eerste keer zalm in Schotland) die straks alleen nog in mijn hoofd leven leven. Uit beroepsdeformatie zocht ik naar kunstwerken die dit verbeelden, maar ik vond niks. Ik had geen behoefte aan meerduidigheid, die was er al genoeg. Ik wilde waarheid.

Langzaam is de werkelijkheid complexer, gelaagder en verwarrender geworden dan een kunstwerk ooit kan zijn

Toen ze gestorven was wilde ik dat moment vasthouden, de herinneringen doen stollen in mijn hoofd, maar toen gebeurde er iets vreemds: ik zag dat ze kleiner werd geworden. En ineens was daar een kunstwerk: Ron Muecks beeld dode vader. Mueck heeft veel kitscherige onzin op z’n naam (vooral z’n staan ​​baby’s zijn vrij erg), maar dode vader vond ik altijd ontroerend: een wassen beeld van zijn overleden vader, naakt, levensecht, met één verschil: het is slechts 102 centimeter lang. Ik had gedacht dat Mueck met dat formaat zijn machteloosheid ten opzichte van altijd willen uitdrukken. Maar nu worden echt kleiner als ze sterven, maar het formaat is ook de manier waarop een dode wegglipt, naar een andere werkelijkheid vertrekt, en jou als levende achterlaat met je herinneringen. Ik betreft dode vader niet eens te zien: Muecks beeld, zelfs de gedachte eraan, maakte de werkelijkheid overzichtelijker, en daar had ik behoefte aan.

indrukwekkende posterijen

Heel af en toe hoor je het wel: die kunst zo’n marginale rol speelt in de onttredderde wereld van dit moment. Alsof kunst, kunstenaars zich schielijk, bescheiden terugtrekken. Gul doneren ze werk aan goededoelenveilingen. In Rusland en Oekraïne waagt een enkele kunstenaar (met gevaar voor eigen leven) zich aan protest, zoals de anonieme Rus die liggend op straat in Moskou een in Boetsja afgeslachte man nadeed, handen vastgebonden op zijn rug. Veelzeggend is het dat het succesvol ‘kunstwerk’ van deze oorlog de zegel van de Oekraïense posterijen is, met een strijd om de Russische soldaat die middelvinger opsteekt naar het Russische vlaggenschip Moskva. De zegel refereerde aan het ‘fuck you’-incident uit het begin van de oorlog, maar toen vervolgens, door stom toeval, de Moskva zonk vlak boven de zegel werd uitgegeven, werd die een symbool van trots en hoop: Oekraïners stonden in lange rijen om hem te bemachtigen. Ook hier werd geen scenario van gelaagdheid gevierd, maar een waarheid en een heldere belofte voor de toekomst.

een behoefte aan waarheid, aan helder perspectief, maakt de situatie voor kunstenaars lastig. Je voelt aan alle kanten dat ze iets willen doen, bijdragen, steunen, empathie betuigen. Tegelijk is artistieke empathie sinds de vorige, grote oorlog in Europa verbonden geraakt met meerduidigheid – noem het artistieke vrijheid van autonomie. Daar was alle reden tot: de Tweede Wereldoorlog werd veroorzaakt door een aantal autoritaire regimes die de wereld hun ideologie wilden opleggen – het na-oorlogse betekende ook: weg met deze autoriteit. En dat is gelukt, zou je kunnen zeggen: tegenwoordig, in 2022, heerst er een ras wilrouwen tegen kunstenaars die streven naar waarheid, of naar universaliteit – dat hebben we heel lang met kitsch, vermaak en platheid gecombineerd.

Complotfascisten

Maar de afgelopen jaren vond er een omslag plaats: langzaam is de werkelijkheid complexer, gelaagder en verwarrender geworden dan een kunstwerk ooit kan zijn. Sociale media, alternatieve wereldvisies, propaganda stuiteren over elkaar heen, Poetin, Willem Engel, Kim Jong-un en Gideon-de-complotmarmot bijten in elkaars staart, stuwen hun publiek op tot hoogtes van fantasie waar je gezond verstand niet meer bij kan – het laatste waar je als toeschouwer een hebt is nog meer van het maken. Pijnlijker nog: de strategie van ontregelen en verwarrend, die decennialang door kunst werd beheerd, natuurlijk op een net andere manier, tot het standaardarsenaal van de complotfascisten, waarmee je niet graag wordt gespeeld.

De aard van het spel – Franciscus Alÿs.

Foto: Roberto Ruiz

Dat zou een omslag kunnen zijn. Waar mogelijk ontstaan ​​aan kunst die de werkelijkheid kan ontstaan. Kunst die zichzelf radicaal de waarheid toe-eigent. Hoe dat precies moet weet ik niet, gelukkig niet, maar ik weet wel dat ik me, bijvoorbeeld, zeer verheug op het Belgisch paviljoen op de Biënnale van Venetië. Hier gaat Francis Alÿs een nieuwe versie tonen van zijn Kinderspellen: korte filmpjes (al eerder te zien in Eye in Amsterdam) waarin kinderen van over de hele wereld verschillende spelletjes demonstreren, variërend van hinkelen en stoelendans tot knikken tot sprinhaan trekken. De spelen verschillen, maar de patronen zijn universeel: de regels, de competitie, hetkibbelen, de regels, de verbondenheid. Het maakt Kinderspellen aards en utopisch tegelijk: zie de homo ludens in volle glorie, pretentieloos, maar ook in diepste wezen met elkaar verbonden. De waarheid als troost, mooier kan het bijna niet.

Leave a Reply

Your email address will not be published.