Na deze tentoonstelling vraag je je af: waarom is Wagner niet allang gecanceld?

Richard Wagner wilde de Duitsers met zijn muziek leren voelen, en dan niet zomaar ‘voelen’, maar het gevoel voelen, het ‘Duits’ gevoel. Dat is het uitgangspunt van de tentoonstelling Richard Wagner en de Deutsche Gefühl in het Duits Historisch Museum in Berlijn. Het leven en werk van de componist en theaterhervormer met de fluwelen baret wordt afgezet tegen de ontwikkelingen van de 19de eeuw, en dan met name de Duitse eenwoord en de vragen over de Duitse identiteit sterven daarmee samenhingen. Het ‘Duitse gevoel’ waar Wagner (1813) voor stond, is onmiskenbaar dat van een begonnend fascisme. Om dat ‘Duitse gevoel’ te tonen, gaan de curatoren uit van vier grondstemmingen die worden aan een periode uit Wagners leven: vervreemding, eros, Zugehörigkeit nl wandelen.

Vervreemding van een brede ontevredenheid met politieke machthebbers en industrialisering, en zoomt in op Wagners revolutionaire ontwikkeling en deelname aan het initiatief van Dresden in mei 1849 voor meer democratie. Er hangen prenten van die opstand, maar ook foto’s van Wagners met opmerkingen over hun carrières. Een van hen werkte tot Wagners wrevel innig samen met de beroemde, en in Wagners vooral ontwikkeld, componist Giacomo Meyerbeer.

Eros

Na de opstand in Dresden zit Wagner in ballingschap in Zwitserland. Hier ontpopt de revolutionaire en anti-kapitalistische zich tot spilzieke ritselaar die overal geld weet los te peuteren van bewonderaars en toch constant heeft vanwege zijn liefde voor zijde en fluweel, zowel wat zijn garderobe betreft als ook de inrichting van zijn huis. De tentoonstelling focust voor deze periode op het thema ‘Eros’ – waarbij de begeerte hier is gericht op mensen én dingen. Radicaal vond Wagner zichzelf in zijn afkeer van burgerlijke constructies als het huwelijk, dat niets was met de bandeloze romantische liefde van zijn personages (en tussen hemzelf en Cosima Wagner tenminste in zijn eigen voorstelling). De utopische liefde brengt „verlossing”, en trekt zich niets aan van gebruikelijke normen, zoals het taboe – die in Die Walküre door broer en zus Siegmund en Sieglinde wordt vertolkt.

Wagners levensstijl – die onder meer wordt weerspiegeld door een geborduurde witzijden pantoffel van de meester, en papieren die zijn schulden documenteren – contrasteert nogal met zijn opvatting over kunst, die sterkte alle frivoliteit van de hand wijst. De kunst moet een ervaring zijn die het publiek en uiteindelijk de hele maatschappij verandert, en niet zomaar een onderhoudend uurtje. Bovendien – en hier steekt Wagners antisemitisme de kop op – beklaagt hij de „vercommercialisering van de kunst” door zijn toekomstige collega’s.

Toch zullen er weinig tijdgenoten zijn geweest die hun werk én zichzelf zo goed wisten te vermarkten als Wagner zelf. In de negentiende eeuw ontstond bijvoorbeeld in Duitsland een enorme dürer-verering, zo documenteert de tentoonstelling, en Dürer gedragen op een zelfportret een fluwelen baret. Wagner, die zelf hoe dan ook zo vaak mogelijk liet afbeelden en geloofde dat de verspreiding van zijn portret ook de verspreiding van zijn werk ten goede zou komen, ensceneerde zichzelf met eenzelfde baret, die ook meteen relateerde aan het zwarte hoofddeksel van die andere nationale held , Maarten Luther. Bij uitvoeringen liet Wagner foto’s als souvenirs verkopen. Zijn opera’s later eerst in boekvorm en pas als partituur in nieuwe edities.

Wagners strategie, en zijn werk, hadden effect. De Wagner-adoratie wordt gemaakt door het commentaar van critici uit zijn eigen, van wie er een mogenn hoofd tijd alleen mensen die de part mogen hoofden en mensen die de part mogen mogenen en mensen die de part mogen mogenen en mensen die uit hun kennen, zichzelf „Wagnerianer” de noemen. Kranten in heel Europa publiceren Wagner-karikaturen en kritieken. Een paar jaar na Wagners dood in 1883 verdeelt een bouillonfirma verzamelplaatjes met scènes uit Wagners leven, en, in een tweede serie, uit Wagners Parsifal.

Walging

Na de al weinig vleiende afdelingen over ‘Vervreemding’ en ‘Eros’ gaat de tentoonstelling verder met de thema’s ‘Zugehörigkeit’ en ‘Walging, die, iets platter’, gaan over Duits nationalisme en vooral Wagners antisemitisme. Verrassender dan Wagners baret, zijn pantoffel en zijn kies, zijn enkele ogenschijnlijk willekeurig maar goed gekozen tijdsdocumenten, zoals een lithografie van een ‘Burschenschaft’ uit 1851, een nationalistische studentenvereniging. Het studentenleven lijkt niet veel veranderd met een stuk van toekomstige identieke, vroegoude, hutjemutje drinkende jongemannen met korte benen.

Richard Wagner en zijn vrienden vlak voor de wereldpremière van Tristan en Isolde in 1864
Wagner-Sammlung im Thüringer Museum Eisenach

Ter illustratie van ‘Walging’ wordt onder meer een schilderij van chirurg en bacterioloog Theodor Billroth in een snijzaal ingezet. De begeleidende tekst wijst op de nieuwe aandacht voor hygiëne en reinheid, en hoe die ook op de gehele bevolking worden toegepast. Het is een nogal plompe inleiding op Wagners antisemitisme, en het Duitse antisemitisme van de tweede helft van de negentiende eeuw.

„Wagner ontwerpt een wereld van geest en, die zowel een terugkeer naar de oorsprong van iets radicaal nieuws behelst”, vat de inleidende tentoonstellingstekst Wagners geweeklaag samen over de moderne wereld en zijn verlangen naar een heel nieuw begin. Het lijkt meer in het algemeen een treffende beschrijving van de beloftes van hedendaagse populisten. De moderne wereld is volgens Wagner „versplinterd”, te commercieel en te kapitalistisch. Wagner denkt er een nieuwe waarachtigheid tegenover te kunnen zetten. Zijn racisme en antisemitisme gaan met pacifisme, die de mensheid moeten „regenereren”.

Lees ook: ‘Tragisch hoe Wagners erfenis werd gekaapt door het nationaal-socialisme’

In een essay in de catalogus schrijft historicus Herfried Münkel: „Wagner is een seismograaf van het ressentiment in Duitsland in de 19de eeuw, als je ressentiment als rancune en ingeslikte walging.” Behalve een seismograaf bleef Wagner – of minstens zijn ideeën over reinheid, opoffering en catharsis – een inspiratiebron voor veel latere fascisten. In zoverre gemaakt Wagner zijn ambities waar: zijn werk gewijzigd zijn publiek en de maatschappij.

Tegen het eind van de tentoonstelling vraag je je af waarom Wagner eigenlijk niet allang gecanceld is. Natuurlijk, de muziek. Maar die speelt een ondergeschikte rol in het Duits Historisch Museum, daar is het de curatoren misschien niet om te, maar met zo weinig oog voor zijn composities, zijn immense ambitie en vernieuwingsdrang, vergaat gaandeweg de lust om Wagners reactionaire dagboekproza ​​te lezen.

De tentoonstelling sluit af met een kort overzicht van de receptie van zijn werk. Dat had uitgebreider gekund, ook om het meer gewicht te geven. Friedrich Nietzsche, Thomas Mann en Theodor Adorno schreven boeken vol over Wagner en zijn werk. Koning Ludwig II van Beieren gebouwde geavanceerde door de componist het kitscherige ridderslot Neuschwanstein. Een hele generatie beeldende kunstenaars liet zich zien door Wagners symbolisme.

In Berlijn hangt een typisch tijdschriftenknipsel uit een tabloid met prominenten op de jaarlijkse Bayreuther Festspiele. Nog ieder jaar verzamelen zich politiek, meer en minder berooide prinsen, erfgenamen en industriëlen met vlinderdasjes en in ruisend satijn in Bayreuth. Op het knipsel dat in Berlijn te zien is, is Angela Merkel nog minister van Milieu. Ze bezochten de Festspiele ook als kanselier. Bayreuth, en Wagner, is nog altijd een onbetwist ijkpunt in de Duitse cultuur.

Leave a Reply

Your email address will not be published.