Roen van der Geest uit Oud Ade vangt geschiedenis familie, haar Rode Polder en nog veel meer in boek

Keerpunt was het leegkomen van het familiehuis aan de Leidseweg 15 in Oud Ade, twee jaar geleden. „Ik echt iets doen nu twee zussen en een broer van mijn vader nog in leven zijn en ook het huis nog overeind staat”, sterkere hij. „Als ik wacht, kan het te laat zijn.”

Het eerste exemplaar was voor tante Alie.

Het eerste exemplaar was voor tante Alie.

Het resultaat is deze vrijdag weergegeven bij boekhandel Veenerick in Roelofarendsveen en heeft de vorm aangenomen van een boek met 148 bladzijden. Stuk voor stuk bevatten die foto’s, documenten, krantenknipsels en kaarten. Ook zit er een register bij met 277 namen, waarvan er 104 de opgenomen Van der Geest dragen – inclusief geboorte- en sterfjaren.

Rode Polder

Idee van de schrijver was om te richten op het bedreigde huis dicht bij de grens met Leiderdorp, op de naar de rode molen beschermde Rode Polder waarin het staat, op vader en opa Chris – die de Mop over aan zijn geboorte in de in de polder gelegen Moppehoeve. Al werden dingen groter in het boek: zo gehaald opa Chris zijn snel twees uit Rijpwetering. Net als Oud Ade, verdiende de buurkern dus ook tekst en uitleg.

(Tekst gaat door onder de foto)

De Moppehoeve, geboortehuis van Chris de Mop.

De Moppehoeve, geboortehuis van Chris de Mop.© foto uit besproken boek

Chris poseert rond 1930 voor Leidseweg 15 met links van hem zijn tweede echtgenoten Marie en rechts moeder Mietje.

Chris poseert rond 1930 voor Leidseweg 15 met links van hem zijn tweede echtgenoten Marie en rechts moeder Mietje.© foto uit besproken boek

Soms ook veroorlooft de schrijver zich verre uitstapjes, bijvoorbeeld naar Indonesië. In de nadagen van de koloniale oorlog die ons land daar bovenop, kwam een ​​neef van vader Piet daar om. En wat er na diens dood in het dorp gebeurde, is flink wat alinea’s waard. Wil wat andere afwijkende Indië-gangers als Jan van der Poel toen ze dat de drie dorpsgenoten die in de Tweede Wereldoorlog omkwamen wel op een monument in de officiële Bavokerk kwamen en de geen geld meer had voor de in de Oost gesneuvelde Wim van der Geest? Ze lapten geld om ook hem een ​​plekje te geven onder de aansporing ‘Bid voor onze gevallenen’. „Al zie je wel dat er om zijn naam heen wat minder ruimte zit op de gedenksteen.”

(Tekst gaat door onder de foto)

Aan het oorlogsmonument in de Bavokerk zit een verhaal vast.

Aan het oorlogsmonument in de Bavokerk zit een verhaal vast.© foto uit besproken boek

Nabuurschap

Prachtig vindt de schrijver het, hoe mensen in zo’n gemeenschap niet alleen voor de eigen familie opkomen maar er evengoed zijn voor buren en dorpsgenoten. „In de Achterhoek hebben ze daar een mooie naam voor: nabuurschap.”

Hij was ook toen hij de overlijdensakte van zijn oma Clazien, stierf in 1922 op 31-jarige overleden en haar man met drie kleine kinderen achterliet. Die akte geleerd hem namelijk dat haar Chris, toen hij op het gemeentehuis in Roelofarendsveen aangifte deed, oorspronkelijk was van zijn buurman Dammes van der Poel: „Pas een jaar ervoor was die naast hem komen wonen, maar hij steunde mijn opa op die rit , naar ik aanneem met paard en wagen.”

(Tekst gaat door onder de foto)

Clazien, de eerste echtgenote van Chris van der Geest.

Clazien, de eerste echtgenote van Chris van der Geest.© foto uit besproken boek

„Men leven enorm met elkaar mee”, de schrijver keer op keer. „Zo vertelde tante Alie, mijn belangrijkste opgeschreven bron bij het maken van het boek, hoe ze had gezien dat iemand aan het eind van de oorlog een fiets stal van pottenbakker Groothoff. En ook dat toen ze de dief later zag langskomen op dezelfde fiets, de zoon van Van der Poel er achteraan ging, de man in de kraagvatte en hem nog zelfs in buitentoilet opsloot. Na een soort van openbare rechtszitting besloten men de dief maar te laten gaan.”

Afbreken

Het bedrijf dat Chris de Mop in 1915 begon te bouwen meer en meer te omgeven. De schrijver zal ook dat ze als nieuwe eigenaren het pand zullen gaan afbreken. „Ook omdat ik heb laten vertellen dat het te veel zou kosten om het helemaal op te laten knappen. Vooral van binnen zou het slecht onderhouden zijn.”

Hij vindt dat verschrikkelijk. Niet alleen omdat hij het symmetrische huis vol details zo stijlvol vindt, de kastanjes ervoor zo kenmerken en de stal voor maximaal zeven achter elkaar zo prachtig getuigen van, kleinschalige tijden. Het is ook omdat er zoveel voetstappen van hem liggen.

(Tekst gaat door onder de foto)

De nostalgische kleine stal van Leidseweg nummer 15.

De nostalgische kleine stal van Leidseweg nummer 15.© Foto Taco van der Eb

Als jongen speelde en logeerde hij regelmatig op de grote zolder. En toen hij in 1970 in Leiden geschiedenis ging studeren, trok hij in bij zijn destijds 80-jarige opa en 35-jarigeoom Bert, die tot twee jaar geleden in het huis zou blijven wonen: „In dat mannenhuis had ik meer vrijheid dan thuis , want opa bemoeide zich niet veel met mijn reilen en zeilen. Behalve toen ik een poster van de PSP voor mijn raam had gehangen met een blote vrouw tussen de koeien en de tekst ‘Ontwapenend’. Ik vond het passagier bij de koeien in de BoterhuisPolder aan de mooi overkant, maar hij belde mijn vader om te zeggen dat die poster weg moest.”

Hartverwarmend

Begin 1972 vertrokken Roen uit de kamer met bedstee en uit Oud Ade: „Wel heb ik contact gehouden. Zo woonden mijn ouders lang in het dorp en woont mijn broer er nog. En wat bezig ik toen ik bezig was met mijn boek? Dat iedereen me wilde helpen aan foto’s van informatie. Echt hartverwarmend.”

Ook het kasboek van opa bood veel informatie. Het duidelijk duidelijk hoe opa met de omstandigheden: bloemen meer op dan groenten – of andersom – dan stapte hij over. Of spitte hij handmatig een stukje weiland om. En hoe romantisch zo’n gemengd bedrijf ook prei, een vetpot was het niet met een koe van zes, een fokzeug, wat schapen en kippen, plus wat groente en/of bloemen: „Ik begreep dan ook goed waarom mijn vader opa niet opvolgde . Chris na thuiskomst direct naar de geldla liep en na het controleren van het kasboek riep: ‘Wat ben jij een opmaker!’

(Tekst gaat door onder de foto)

Chris de Mop met zoon Wim en de tuinbonenoogst, begin jaren '50.  Op de achtergrond van de Rode molen.

Chris de Mop met zoon Wim en de tuinbonenoogst, begin jaren ’50. Op de achtergrond van de Rode molen.© foto uit besproken boek

Spijt

Toch heeft Roen nog niet op al zijn vragen gekregen. Zo weet nog altijd niet wat zijn vader in het verzet en voortkomende binnenkomende binnenlandse strijdkrachten (BS) heeft, daar door de jaren heen heen wel regelmatig op werd gedaan. „Tante Alie vertelde bijvoorbeeld dat in de oorlog soms iemand langskwam met een bericht voor vader. Ze ging dan met de boodschap ‘Piet, je moet komen’ de Rode Polder in, waar hij aan het werk was. Ik heb ook gehoord dat hij achterop een motorfiets een Duitser moest ontwapenen. En in een huwelijkslied uit ’46 stond dat hij bij de BS was.”

„Een van de sensationele momenten tijdens mijn onderzoek was dat ik ineens een foto onder ogen kreeg van mijn vader en zeven andere mannen, allemaal gehuld in een overall met een armband zoals BS’ers die gedragen. Wat zei dat? Dat hij inderdaad een rol heeft gespeeld in de BS en dat niet alleen een herinnering van een oom was. Vraag is wel: welke rol was dat? Er is niet een goed archief van en soms wordt die rol groter gemaakt dan-ie was, al had ik daar bij mijn vader niet bang voor hoeven zijn. Die was niet pocherig.”

(Tekst gaat door onder de foto)

Piet van der Geest (derde van links) en zeven andere mannen van de Binnenlandse Strijdkrachten.

Piet van der Geest (derde van links) en zeven andere mannen van de Binnenlandse Strijdkrachten.© foto uit besproken boek

Al met al durft Roen de stelling aan dat het maken van het hem veel heeft geleerd over zijn familie en de omgeving waarin ze leefden: „En daar ging het mij ook om.” Hij kan iets aanbevelen om, wanneer er iets dreigen te verdwijnen uit hun leven, uit hun ‘geschiedenis’, daar iets mee te doen. „En dan het liefst zo vroeg mogelijk. Dan kun je aan de mensen in kwestie nog vragen hoe dingen nou zaten. Bij mijn vader en mijn opa – die ook wel erg zwijgzaam prei – heb ik dat niet gedaan. En vooral bij mijn vader heb ik daar spijt van.”

(Tekst gaat door onder de foto)

Boeken

‘Rond de Rode Polder’ telt 148 bladzijden en is rijkelijk voorzien van illustraties. Mede dankzij crowdfunding en sponsorbijdragen van bedrijven uit de Rode Polder en daarbuiten, is het boek tot stand gekomen. Het kost 20 euro.

Leave a Reply

Your email address will not be published.