Rutte en Kaag zoeken de achterkamertjes op

Van de door het kabinet-Rutte IV voorgenomen weinig bestuurscultuur, is deze weken in de Kamer te merken.

In de eerste ronde van de jaar met gesprekken opposities over de Voorsnota, die deze beginnen, zoeken premier Mark Rutte (VVD) en minister van Financiën Sigrid Kaag (D66) juist op maandag achterkamertjes op dan in afgelopen jaren. In de weken voor het reces spraken de coalitiefracties uit de Tweede Kamer en de top van het kabinet al over hoe de begroting er volgens hen zou moeten eruit zien. Komende week heeft het duo gevraagd bij de zestien fractievoorzitters van de oppositiepartijen. Aan het begin van de meivakantie, op dinsdag 26 april, kreeg die een e-mail. „Graag komen Sigrid Kaag en Mark Rutte bij u langs in de Tweede Kamer voor een gesprek in het kader van de voorjaarsbesluitvorming. Zij zijn voornemens om met alle oppositiefracties afzonderlijk in te gaan over de begroting om eerst wensen en plannen mee te kunnen gaan.”

Lees ook: ‘Nieuwe bestuurscultuur’: wat kwam er van Ruttes goede voornemens terecht?

Het overleg over de Voorjaarsnota vindt plaats in grote economische afwikkeling – oplopende, oorlog in Oekraïne, krappe arbeidsmarkt. Daarbij kampt het kabinet met financiële tegenvallers en extra uitgaven. De Hoge Raad woordelijk eind vorig jaar de wijze van het Rijk belast; rijke spaarders moeten voor miljarden gecompenseerd worden. De Eerste Kamer, waar het kabinet geen meerderheid heeft, zette een streep door twee voorgenomen besparingen (op de Jeugdzorg en in de AOW). In maart besloot het kabinet al voor bijna 3 miljard euro aan maatregelen te nemen om dalende koopkracht te nemen. De Tweede Kamer voerde het kabinet op om het budget voor Defensie verder en sneller te verhogen. Politiek bepaald is dan de vraag hoe de extra uit te geven miljarden moeten worden: met hogere lasten voor burgers van bedrijven, met bezuinigingen oudsten van met het laten oplopen van de staatsschuld?

Wie met wie en waar

In de afgelopen weken was uit de vrijdagse informatie na de ministerraad geworden dat Rutte en Kaag nog aan het zoeken waren hoe de gesprekken duidelijk met de oppositie vorm zouden moeten komen en wie die namen het kabinet zou moeten voeren: samen, los van elkaar, met alle partijen, op het ministerie van juist in de Tweede Kamer, in de meivakantie of daarna. Eén ding was duidelijk: de gesprekken achter gesloten gebeurtenissen. Dat is, zei Rutte, „onvermijdelijk.” „En dan is het natuurlijk aan de oppositiepartijen van ze verliefd mee willen doen of niet.”

Dat blijkt niet uit een nonchalante, maar het kabinet heeft de oppositie nodig. Coalitiepartijen VVD, D66, CDA en ChristenUnie hebben in de Eerste Kamer geen meerderheid – voor komen ze zes zetels tekort. En dus is het – noodzakelijk om in elk geval een deel van de oppositie te bevestigen bij de besluitvorming. Dat het kabinet de oppositie kwam niet eerder voor. Sigrid Kaag het vorige week „een oefening in verandering van de politieke cultuur, hoe we samenwerken. En dat het niet is coalitie versus oppositie, maar hopelijk een coalitie vanuit de startblokken met verschillende vormen van steun.”

Lees ook: Fundamentele keuzes: het kabinet gaat onderhandelen met de coalitiepartijen

Op veel enthousiasme kan die nieuwe vorm van samenwerking bij de oppositie nog niet rekenen. Het doet Jesse Klaver, fractievoorzitter van GroenLinks dat de coalitie in de Eerste Kamer aan een meerderheid kan helpen, denken aan het formatieproces van vorig jaar. „Zij bedenken plannen en wij mogen er na iets van vinden.” Liever zou hij vanaf het begin meepraten met het kabinet. „Dan is er echt sprake van samenwerking tussen coalitie en oppositie.”

Het is voor op partijen onduidelijk hoeveel de coalitiefracties onderling al hebben afgetikt, en hoeveel zij er nog aan kunnen voegen. Voor de PvdA en GroenLinks geldt in elk geval dat ze het gesprek met Rutte en Kaag samen zullen voeren. De twee partijen, die sinds de formatie van vorig jaar intensiever samenwerken, zullen ook een samenwerking voor de onderhandelingen hebben.

Ritselen en regelen

Ook voor de rest van de oppositie is het wat onwennig. Caroline van der Plas van eenmansfractie BBB, niet vertegenwoordigd in de senaat, overwoog om nee te zeggen, “omdat het voor mij overkwam als ritselen en regelen, waar Kaag zelf zo op tegen zegt te zijn”. Daarbij, zegt ze, heeft Kaag haar „nog nooit” uitgenodigd voor een gesprek. uiteindelijk beslist Van der Plas toch op de uitnodiging in te gaan – dinsdag komen Kaag en Rutte bij haar langs. „Zo kan ik wel mijn speerpunten meegeven.” De BBB-leider wil bijvoorbeeld spreken over het stikstofdossier en wil de Westerscheldetunnel tolvrij maken – de opbrengst in 2020 heeft een kleine 30 miljoen euro opgeleverd.

Op 26 april bracht RTL het nieuws dat het kabinet al heeft besloten om af te zien van de geplande bezuiniging op de jeugdzorg (met een half miljard euro). Dat was een van de twee grote kritiekpunten van de oppositie op het coalitieakkoord van Rutte IV. Hoewel het ministerie zich haastte om het vermogen van VW GroenLinks-leider Klaver er onmiddellijk op. „Geweldig nieuws voor iedereen die in de jeugdzorg zit!”, twitterde hij. „Goed dat deze bezuiniging van tafel is.” Klaver weet dat het een strategisch tweetje was, om het te houden.

Klaver wil, net als zijn PvdA-collega Attje Kuiken, alleen praten met Rutte en Kaag als het over het gehele pakket aan nieuw begrotingsbeleid gaat, om te voorkomen dat het kabinet bij verschillende partijen per deelonderwerp gaat kopen om een ​​meerderheid te kunnen krijgen. Toch geprobeerd GroenLinks vorige week al via de media het ene jeugdzorg-onderdeel uit de besluitvorming te verzilveren.

Sylvana Simons van BIJ1 overeenkomsten het overleg met „licht wantrouwen en tegenzin” tegemoet. Want ze vinden dat besluitvorming over de begroting in het publieke debat moet plaatsvinden. Ze bevatten het „ernstig” dat de kabinetsplannen eigenlijk al met de coalitiepartijen zijn afgestemd.

Post van de lobby

Behalve door het kabinet worden oppositieleiders dezer dagen ook bestookt met post van ‘de lobby’. Belangenclubs van verschillende organisaties kloppen aan om hun ideeën over nieuw kabinetsbeleid toe te lichten. Voorzitter Jacco Vonhof van MKB Nederland zegt met de fractieleiders uit de Tweede Kamer wel overleg te hebben. Hij tijdens bedrijf of een kop koffie of via mail app-verkeer zijn belangrijke boodschap over te brengen: geen belastingverhoging voor bedrijven en ondernemers, zoals via de NOS bij gerucht al was uitgelekt. Het is zo jammer, zegt Vonhof in een toelichting, „dat de politiek voor dekking van grote tegenvallers zo snel naar het perspectief kijkt”.

Bij Joost Eerdmans van JA21 is dit zaadje wel geplant. In antwoord op de vraag wat hij aankomende woensdag aan Rutte en Kaag wil meegeven appt hij: „Geen verdere lastenverzwaringen bedrijven en ondernemers de komende tijd.” JA21, een afsplitsing van Forum van Democratie, kan met zeven zetels in de Eerste Kamer het kabinet ‘rechtsom’ aan een meerderheid helpen.

De werkgeverslobby vindt niet bij elke partij gehoor. Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren): „Zij weten dat wij niet gevoelig zijn voor hun lobby, dus die richten zich op andere vermoeden ik.”


Luister ook naar deze aflevering van Haagse Zaken: Worden we echt ‘collectief armer’?

Leave a Reply

Your email address will not be published.