‘Sierd de Vos kan zich zó vreselijk aanstellen’


Woensdag, 27 april 2022 om 07:15
Justus Dingemanse• Laatste update: 10:36

In het tweede seizoen van Kopstukken ontvanger presentator Justus Dingemanse bekende gezichten uit de vaderlandse journalistiek in Restaurant & Bar NOLA te Utrecht. Aan de hand van interessante anekdotes geven ze een gedrag in de mediawereld vol pers, zenderbazen en vastgelegde deadlines. In de eerste aflevering van seizoen twee levende plaats legende Kees Jansma in de stoel naast Justus. Hij spreekt onder over zijn samenwerking met grootse persoonlijkheden, de angst voor de dood en al het jonge talent dat er ooit voor zorgt dat we – zo zegt hij zelf – over meer vijftig jaar hopelijk niet meer spreken over de Kees Jansma.

Door Justus Dingemanse en Kevin van Buuren

Eeuwige inzage
Terugblikkend op zijn lange carrière vertelt Jansma over jeugd: “Vroeger moeten we stil zijn bij Dick van Rijn vanuit het buitenland. Dat vond ik romantisch, dat je vertelt wat er gebeurt en dat mensen dan naar je luisteren. Van jongs af aan vond ik dat het allerleukst.” Hij omschrijft zichzelf als een lastig en ongeduldig kind, dat alleen maar betrokkene was in sport. Het beroep hem niet op school, maar later ook journalist bij Studio Sport. “Ik wilde overal zijn. Als ik niet naar een groot evenement mocht, dan had ik daar de tyfus in.”

Onvermijdelijk zijn, dat wilde vooral. “Dan zegt de baas: ‘Laat hem dan maar gaan, want die wil zo graag.’” Het is de passie die de Ridder in de Orde van Oranje-Nassau noodzakelijke acht en soms mist bij de huidige generatie. “Die wil Mart Smeets en Jack van Gelder zijn. Nou, dan moet je overal vooraan willen staan ​​en altijd nieuwsgierig zijn.” Als chef sport bij de NOS kreeg Jansma zelf ook verschillende talenten voor zijn bureau. “Dan dacht ik: jij kan het wel. En jij niet”, vertelt hij gesproken zijn vinger denkbeeldig weer die betreffende personen aanwijst. “Ik geloof wel dat ik enig oog voor talent heb.” Talenten als Si de Vos en Wilfred Genee werden al vroeg aan zijn bureau.

Twee iconische gezichten uit de sportjournalistiek: Kees Jansma en Sierd de Vos.

“Sierd kan zich zo vreselijk aanstellen en zo vreselijk met mensen bezig”, bezig hij zich. “Daar moet je tegenin gaan. Dat kon hij niet hebben. Ik heb Sierd vaak genoeg huilend meegemaakt en weet ik veel wat voor buien hij nog meer had. Je kan ook geweldig met hem lachen, maar soms is hij ontzettend gek. “Mijn vrouw belde op, ze had een enorme bloemstuk gekregen. Er stond op: ‘Van harte gefeliciteerd met de juiste keuze van uw man.’ Toen moest Sierd nog op sollicitatiegesprek komen! Dat typeert hem dan ook wel weer.”

Ook toen een jonge Genee binnenkwam bij de NOS, Jansma zijn talent. Toch vond hij hem ook vreselijk pedant en zou het nog een tijd duren voor de twee samen gaan werken. De veelbesproken gespreksleider van Vandaag Inside ter sprake in het kader van een herinnering die de presentator zelf ophaalde toen hij te gast was bij Kopstukken. Als jonge hond keek op tegen Jansma, die volgens hem de studio binnenkwam en ‘een paar schunnige grappen maakte, iemand op de kont sloeg en een bord leeggraaide’, volgt hij gedachte: is dit mijn Kees Jansma? “Dat is geheel niet waar, maar dat hoort bij zijn werk”, Jansma de satirische aard van Genees praatprogramma. “Het is wel zo dat ik hem ongeveer de deur heb uitgescholden.”

“Ik weet zeker dat ik tegen mensen heb gezegd: ‘dat wordt een goede presentator’, maar nog even niet bij ons (de NOS, red.). Ik vond hem gewoon een hele jongeman. Die kwam binnen met een toon waarvan ik dacht…” – Jansma vervolgt de anekdote ook hij achter zijn bureau zit, voor hem de achter zijn bureau zit, voor hem de ambitieuze en brutale Genee – “…er werken hier alleen maar knoeiers bij Studio Sport… Nou, dat dacht ik toch even niet. En waar is al dat zelfvertrouwen op gebaseerd dan? Dus ik dacht: die ga ik zelfs een verbaal pak slaag geven.”

Wilfred Genee vertelde in Kopstukken over zijn eerste ontmoeting met Kees Jansma.

Betrokken vakman
Jansma kon koud en hard zijn, maar uiteindelijk alleen om het beste in mensen naar boven halen. Omdat hij feitelijk om die mensen geeft. Zo gaf hij ook een jonge Hans Kraay junior wel eens een uitbrander, maar kreeg daarna ook vaak een sms met ‘Ik hou van je. Kus, Kees’. Het typeert de vakman die wordt als een dominante persoonlijkheid, maar ook vaak genoeg het klinkt dat hij expliciet te betrokken zou zijn. “Afstand bewaren vind ik lastig ja. Zo’n sporter bijvoorbeeld, heeft toch een dag van vijf, zes hard getraind. De trainer is tevreden, zijn medespelers ook. Dan zeggen wij: ‘Die klootzak kan er geen reet van’. Hij heeft gewoon een mindere dag, waarom moeten we daar zo hard op uitvoeren?”

Dat betekent echter niet dat Jansma soft is, when hij van mening is dat een voetballer er niet alles voor doet. Zo zei hij eens tijdens een uitzending van NOS Langs de Lijn dat toenmalig PSV-speler Mohamed Ihattaren een ‘buitengewoon luie instelling heeft’. “Dat klopt. Als iedereen die met je werkt je als supertalent ziet en je verkwanselt dat… Dat kan nooit de schuld zijn van al die begeleiders, trainers en medespelers. Dat bestaat niet.” Hij betrapt zichzelf er zelfs op dat hij de voetballer Ihattaren al in de verleden tijd plaatst. “Die jongen kon zo goed voetballen. Hij is begin 20 en hij kon goed voetballen. Dat vind ik treurig”. Jansma verwijst naar Ihattaren zijn tijd bij Jong Oranje, toen trainer Kees van Wonderen hem uit de selectie zette door gebrek aan inzet. Het lijkt erop dat ik de weg omhoog te hebben gevonden, met zijn Ajax-debuut en zijn hattrick voor Jong Ajax tegen VVV-Venlo. Het onderschrijft de kwaliteiten van de speler, maar Jansma zal voorzichtig zijn hem weer in bescherming te nemen.

Als perschef van het Nederlands elftal, de functie die hij van 2004 tot en met 2014 vervulde, mocht Jansma het geheel volgens taakomschrijving effectief toepassen voor die sporters. Justus ‘Als het moet, marchandeer of manipuleer ik, ter bescherming van de jongens’. “Dat klinkt weer zo…”, Jansma’s lippen blazen de zwaarte van het onderwerp weg. “Ik heb wel eens gezegd dat Nigel de Jong ziek was, wat-ie niet was. Dat is ongeveer het recht dat ik aan marchanderen gedaan. Ik heb geen staatsgeheimen meegenomen. Ik heb geleerd dat jonge sportmensen vooral jong zijn. Een grote bek, maar van binnen vragen ze zich af hoe ze de volgende dag weer doorkomen.” Zo trok ook een jonge Memphis Depay Jansma ooit aan zijn mouw.

De gewraakte hoed van Memphis Depay bij Hotel Huis ter Duin.

“Ze hebben het over mijn hoed. Waarom word ik toentertijd over het feit dat ik een hoed die ik leuk vind, opheb?”, zei Memphis tegen de perschef. “Ik dacht: je hebt gelijk. Je moet worden beoordeeld op hoe je kan voetballen.” Jansma nam het voor de aanvaller op, al weet hij dat Het zichzelf niet makkelijk maakt: “Ik zou soms ook willen dat gasten niet in een hele patserige auto aan komen rijden, maar zij zeggen: ‘Wat doen we daar kwaad voor mee dan?’ Daar zit ook wat in.”

Van journalist naar perschef, een communicatiefunctie die op papier vrijbrieven van de pers wegneemt door het contact met de spelers te managen. Maar een overloper was Jansma niet, daar hij het ook opnam voor de journalisten zelf. “Ik vind dat ik dat goed heb gedaan tijdens die periode. Je communiceert met de lezer van, niet met de journalist. Dat Valentijn Driessen, Johan Derksen van Wilfred Genee je niet zint, daar zou ik over stappen.” Jansma was dan ook kritisch op mediastille voetballers. “Ze hebben zo veel kijkers van lezers achter zich. Die moet je zien te bereiken. Daar maakt ik me sterk voor.” Hij verband met wat openheid, maar dat niet bij iedereen.

“Als ik bij Louis van Gaal kwam op dinsdagmorgen, zei ik: ‘Dit is je agenda. Eén, interview met VI; twee, interview Telegraaf… Dan zei Van Gaal: ‘We beginnen bij punt drie!’” Die persoonlijk hij verandert te veranderen, al is Jansma ook een ontwikkeld van mensen in hun waarde laten: “Ik heb Van Gaal wel eens proberen te vertellen hoe hij met de media moet beginnen, maar hij vond dat hij dan zelf niet meer was en daar zit natuurlijk ook wel wat in.” ziet Jansma ook de andere kant: “Je kunt Valentijn Driessen een enorme paardenlul vinden, hij goed een groot publiek. Daar moet je als bondscoach mee communiceren, vind ik. Dat was een eeuwige strijd als perschef.”

Kees Jansma naast Louis van Gaal als de perschef van Oranje.

Een hele grote
Inmiddels is Jansma ook zelf een grote persoonlijkheid in de mediawereld. Kenners die hem beschrijven, komen soms superlatieven tekort, maar zelf is hij voorzichtig met grote predicaten: “Ik ben geen nationale persoonlijkheid, omdat ik letterlijk met sport ben gebaseerd”, zegt hij zelf. “Men bevatten dat bescheiden, maar ik vind het meer realiteitszin.”

Jansma is met het oog op de vaak kritisch geweest over zichzelf. Wanneer Justus hem krijgt aan gevestigde standaard als ‘Ik kan eigenlijk niks’, spreekt hij zich uit over de status die bekend Nederlanders toegedicht: “Dan moet je ineens verstand hebben van pandemieën tot aan politiek. Daar heb ik geen verstand van. Als je daar dan een beetje onzeker over gebogen, krijg je zulke opsommingen. Natuurlijk kan ik wel wat, maar ik ben geen natuurtalent. Meer een harde werker”, spreekt de man die als kind met een theezeef een sportcommentator imiteerde. De droom die hij later waarmaakte. “Maar daar heb ik ook nogal wat geluk mee gehad, zeg!”

Ook met kritiek van anderen kan hij niet zo veel, al deed het hem vroeger een stuk meer. “Als iemand je een asociale klootzak vindt en je denkt ‘dat ben ik helemaal niet’, of ook alles uit mijn vak uit ijdelheid voortkomt. Het is gewoon mijn werk geweest.” Maar dat hij tegenwoordig meer als gehouden onthaald wordt dan kritiek krijgt, zint Jansma ook niet per se. “Je moet ook niet overdreven tegen me doen. Dan klap ik dicht. Daar word ik heel onaangenaam van. Jij zei ook dat je het zo fijn vond dat ik er was. Nou ja, dat hebben we ook afgesproken.” Justus reageert met een knipoog: “Dat ging maar net goed dan.”

Ondanks zijn bescheidenheid – wat hij zelf dus niet zo wil noemen – is Jansma erg trots op zijn loopbaan. “Ik heb alles gezien wat ik als kleine jongen wilde zien. De hele wereld.” Als hij daar één moment uit mag pikken? “Als je gek van sport, je zit bij een WK-finale en Nelson Mandela komt binnen, dan denk je: dit moet ik gebogen worden.” Al moeten we ook daar, geheel volgens Jansma’s karakter, niet te veel van maken. geluksmoment klinkt zo zwaar. Alsof ik daarna huilend naar huis ben gegaan.”

Na ruim een ​​halve eeuw sportjournalistiek nader de naam Kees Jansma voor zijn publiek de status van onsterfelijk. Maar voor Jansma zelf is het einde van zijn leven een van zijn grootste angsten. Al gaat het hem niet om hoe hij zal worden na zijn dood. “Churchill wordt verzonden. Ik mag toch niet hopen dat ze over vijftig jaar op school zeggen: ‘Weet u nog wie Kees Jansma was?’”, lacht hij. Vooral het grote niets dat de dood huisvest boezemt hem angst in: “Ik wou dat ik wel een geloof had, eigenlijk.”

“Ik heb een jong gezin en ik ben heel nieuwsgierig naar hoe het met mijn zoons zal gaan. Dat zou ik heel graag lang willen bijwonen”, Jansma gaande hij opkomende brok in zijn kiel snel doorslikt. “Al die puberstreken die ze uithalen… Als je een oudere vader bent vraag je je af: hoe zou-ie zijn als ‘ie 30 is? Ben ik er dan nog wel? Ik ben heel nieuwsgierig naar de jaren, hoe zich dat gaat ontwikkelen”, besluit hij.


Justus Dingemanse is fulltime presentator en programmamaker bij Voetbalzone en levert onder meer bijdragen in de vorm van exclusieve interviews, reportages, documentaires en programma’s.


Leave a Reply

Your email address will not be published.