‘Telkens opnieuw willen we de ander temmen of zelfs uitroeien’

De bekeerlinge, het boek van Stefan Hertmans, heeft een opera gebaard. Het verhaal van de toekomstige liefde van een christelijke vrouw voor een weergegeven man inspireerde Wim Henderickx om het naar de bühne te brengen. Beeldend kunstenaar Hans Op de Beeck regisseert. ‘Het verhaal blijft actueel, omdat we geen trekken uit de geschiedenis hebben.’

Jonas Mortier

Een beeldend kunstenaar die het visuele luik van een opera verzorgt? Erg gebruikelijk is het niet. Maar Hans Op de Beeck, een van ‘s lands veelzijdige kunstenaars, wiens palet mogelijkheden van tekeningen en schilderijen tot films en grote installaties, is iemand die graag uit zijn comfortzone overeenkomsten, zeker als het om een ​​muziekproject gaat.

“Of het nu opera is of muziektheater of andere vormen van muziek: als ik de kans krijg om daar als beeldend kunstenaar mee aan de slag te gaan, verwelkom ik die”, zegt Op de Beeck, die ook de scenografie en kostuums voor zijn rekening naam. “Ik herinner mij levendig hoe ik zo’n twintig jaar geleden mijn eerste muziektheaterproductie deed en tussen de zangers liep die hun stemmen opwarmden. Dat trof me recht in het hart. Muziek heeft zo’n directheid. Voor mij is muziek de koningin van de kunsten, waarvoor ik als beeldend kunstenaar enkelnederig het hoofd kan buigen.”

Op de Beeck aan de opera zijn ervaringen als beeldend kunstenaar toe. Volgens hem zijn er best wel wat raakpunten tussen beide kunstvormen. “Ik ben nu voor de Biënnale van Lyon een grote immersieve installatie van 1.900 vierkante meter aan het maken. (lacht) Zeer groot dus. De vraag die ik me dan stel is: hoe kan ik het publiek – dat door deze installatie zal wandelen en erin plaatsnemen – begeleiden tijdens hun traject door deze ruimte. Hoe beleven ze dit? Hoe wordt dit ontvangen? Zo’n theaterzaal is in installatie zin ook een soort immersieve, zij het dat de hier plaatsnemen op rood fluweel en er voor hen een doek opengaat.”

Onmogelijke liefde

Het verhaal van De bekeerlinge is dat van de toekomstige liefde van een christelijke vrouw voor een soortgelijke man, waarvoor zij de hoogste prijs moet betalen: Vigdis, die zich tot Hamoutal laat omdopen, wordt door haar omgeving uitgespuwd, moet vluchten, haar man en kinderen worden haar ontnomen, ze Alles, tot en met haar verstand. Geschreven tegen de achtergrond van het woekerende jihadisme, klinken er andere echo’s uit de actualiteit mee, zoals de waanzin van de oorlog van het wedervaren van jonge vrouwen op de vlucht.

Op de Beeck: “Het verhaal blijft actueel, omdat we geen trekken uit de geschiedenis hebben. We bezondigen ons aan dezelfde fouten. Telkens opnieuw trekken we ten oorlog, enkel omdat de ander de ander is. Het is daarom dat we hem veroordelen, willen temmen of zelfs uitroeien. De mens zoekt weer redenen om zich te distantiëren van de ander, middelen een soort van groot gelijk te halen, door verschillen te ontstaan. Maar in wezen zijn er geen verschillen, alleen willen we dat om de een of andere reden niet zien.

“Als het over godsdienst gaat, is het eens zo tragisch, omdat in elke godsdienst toch een kern van empathie en naastenliefde zit. En toch zijn het net die godsdiensten die hun groot gelijk willen halen. Toch gaan net zij die verschillen uitbuiten door te zeggen: wij zijn de enige ware godsdienst.”

Waar het hoofdpersonage in het boek door God en iedereen verliefde, is er in de operaversie voor een ‘open’ einde gekozen. Er is geen hoepel om gemeenschappelijke basis te vinden, ondanks de moeilijkheden, ondanks de conflicten. “Het gezang waarmee we eindigen, wordt een kaddisj genoemd”, legt Op de Beeck uit. “Dat is een soort van oproep tot naastenliefde en empathie, een verzoenend en louterend lied. Ik geloof heel erg in het klassieke idee van catharsis. Wanneer we ons moeten voorbereiden op het kunnen uitvoeren, dan werken dat louterend. Het is troostend te weten dat je niet alleen bent in de omgang met verlies, met obstakels, met dingen die moeilijk gaan of zijn aan het leven.”

Juiste balans vinden

De inzet van deze opera, waarvan de muziek gecomponeerd werd door Wim Henderickx, is dan ook om bruggen te bouwen en grenzen te slechten. Niet alleen worden oost en west muzikaal verbonden, ook werd het koor van Opera Ballet Vlaanderen uitgebreid met een heus stadskoor van een vijftigtal niet-professionele zangers. Uit alles ademt deze opera de wens om het hokjesdenken te overstijgen.

Op de Beeck: “Dat klopt. Het doet me denken aan de allereerste keer dat Wim ons zijn muziek liet horen. Hij zei: ‘Ik weet eigenlijk niet wat ik gemaakt heb. Is het nu filmmuziek, is het klassiek? Is het te weinig, is het te veel? Is het postmodern of avant-gardistisch? Is het fout van juist?’ Ik heb dat heel goed, want ik heb het op een gegeven moment ook geleerd om artistiek correct te proberen zijn. Voor een componist van beeldend kunstenaar ligt de taak er in de eerste plaats in om een ​​juiste balans te vinden tussen vorm en inhoud, veel meer dan erover te waken van die inhoud een bepaald etiket verdient.

“Ik vind de lelijkheid van de banaliteit van een kartonnen bekertje zelfs interessant als een rijkelijk versierd juweel. Ik verwerk ze dan ook in mijn beeldend werk. Ik mangel met plezier de meest echte dingen door elkaar. Wim en ik zijn gelijklopend. Wij zijn geen puristen.”

De bekeerlingeOpera Ballet Vlaanderen, vanaf 10 mei.

Leave a Reply

Your email address will not be published.