Verwar faalmoed niet met schijnfalen

Voortijdig aanslag de Vlaamse ‘Mol’ de handdoek in de ring. Hij werd overladen met lof, het vereist als onderdompeling moed om op te geven je in het ontvangen tv-programma van België zit. Een dag later: Lilianne Ploumen zegt het politiek leiderschap van de PvdA op. Ze vond zichzelf niet goed genoeg, ‘een zes’. Ook zij oogstte applaus van commentator voor haar moedige zelfreflectie, ja, dat meer politici moeten doen, ze kregen het cijfer tien voor haar vertrek. Ruud de Wild volgde met Pasen. Als verteller van De passie stuntelde hij zich er doorheen. Halverwege zei hij zélf, live op televisie, dat het niet handig was, een verteller die stotterde. Gevolg: een hartjesregen op Instagram, hoe mooi om mensen met een spraakgebrek een hart onder de riem te steken.

Hoewel ik een groot voorstander ben van meer faalmoed, het durven en mogen van fouten maken, deelde ik niet hetzelfde enthousiasme over de laatste twee. Bij echt falen doet er echt iets pijn. Waar je bij De Mol de lijdensweg kon zien, prei die bij Ploumen te ontbreken. Ze had vooraf al haar wensen gehad over deze positie, keert niet terug in de Kamer, een nieuwe baan lijkt voor het oprapen. De Wild week bij mij de indruk die hij de klus had ontvangen; ‘spraakgebrek’ was het excuus om ons vergevingsgezind te stemmen. Maar goed, applaus ze, en ik begrijp ook wel waarom. Alle drie namen een persoonlijk risico, rollen zich risico’s en begonnen in hun vooral in op hun eigen.

Vergelijk het met de reacties van minister Hugo de Jonge en RIVM-voorzitter Jaap van Dissel die faalden omdat zij hun privémail gebruikten voor werkgerelateerde zaken. Zowel De Jonge als Van Dissele minder zijn eigen falen; beide wezen op de gebruiksonvriendelijkheid van het overheidssysteem. Van Dissel liegt een sprekende de kastanjes uit het vuur halen. Het sturen van zware bestanden als ook het inloggen met veiligheidscodes zou zijn. Ze hebben een punt, maar marcheerden voorbij aan het waarom van de regel, namelijk veiligheid en het risico dat wanneer ambtenaren hun privémail gaan gebruiken, overheidscommunicatie ont wordt aan het zicht.

Precies daarom is het gesprek over falen een belangrijk onderwerp: het legt de norm bloot. Het falen van individuen is daarbij de sleutel om systeemfalen op te sporen, om de norm ter discussie te stellen. Als blijkt dat De Jonge en Van Dissel eerder regel dan niet werkt. Als blijkt dat de een na andere huisarts het bijltje erbij neergooitdan is dat niet meer individuele huisarts aan te rekenen, maar een teken dat het zorgsysteem faalt: de huisarts is overbelast.

Wel luistert het nauw hoe je de link van falen naar systeemkritiek legt. Anne-Gine Goemans schreef vorige week in de Volkskrant hoe zij als onbevoegd leraar English voor de klas ging staan en het al na twee weken voor gezien beschermd. Ze kon niet op tegen het geklier, het schermgebruik, de taalfouten, het onaangepaste gedrag. Ze lijken alle ballen achtereenvolgens keurig in te koppen, door eerst haar eigen problemen te komen om vervolgens door te stomen naar stevige systeemkritiek: „Na twee weken gegeven stop ik ermee. ‘Ik kom tot de conclusie dat ik mezelf niet bekwaam vind om deze klus te klaren’, schrijf ik in mijn ontslagbrief. Het voelt als falen. ‘Wat mij echt onderuit schopt, is het systeem. Niet dat van de school, maar zoals het in Nederland is ingericht. Ik sta voor een brugklas waarvan dertien leerlingen een stoornis hebben of met andere problemen kampen.’”

Na een nogal korte tijdspanne (twee weken!) krijgt ‘het Nederlandse systeem’ van onderuit de zak. Dat systeem resulteert in leerlingen met aandoeningen (!) en problemen. Wat eigen falen lijkt, blijkt bij nader inzien dus helemaal geen falen, maar schijnfalen. Er is weinig zelfreflectie op het gegeven dat ze zelf onbevoegd voor de klas staan, ook al mag het van anderen. Nu een en ander heeft geleid tot een fraaie publicatie in een landelijk dagblad is van falen al helemaal geen sprake meer. Noch volgt een analyse van de systeempijn, de vraag waar al die aandoeningen van leerlingen dan vandaan komen. Gevolg: zie maar eens iemand te vinden die zin in heeft in een bestaan ​​als leraar na lezing dit stuk. Probeer het opnieuw, faal moediger.

Stine Jensen is filosoof en schrijver. Ze schrijft om de week een column op deze plek.

Leave a Reply

Your email address will not be published.