Vrouwen in voetbalprogramma’s: geen mens doet er raar over

Hélène Hendriks hield donderdagavond twee zenders draaiende, SBS6 en Veronica tegen. De „Adje Interim” van Talpa presenteerde het programma HLF8, en de wedstrijd tussen Feyenoord-Olympique Marseille. HLF8 bleek voor deze keer ruim voor half 8 al opgenomen, vandaar.

In beide programma’s schakelde Hendriks „naar Noa”, in het Stade Vélodrome in Marseille, waar de halve finale zou worden gespeeld. Denk, denk, denk. Noa wie? Toch niet… Jawel, dit is Noa Vahle, de 22-jarige dochter van Linda de Mol. Noa Vahle had eerder, tijdens de Olympische Spelen een eigen sportrubriek in het programma van haar neef Johnny (HLF8 dus), en ze werkte achter de schermen bij het programma VI. Hoe ze het als sportverslaggever akte? Nou, gewoon, als een sportverslaggever.

Ze vroeg Feyenoord-trainer Arne Slot naar de zwakte van Marseilles topspeler Payet. En ze vroeg naar de stemming bij de spelers, ontstaan ​​over de spelersbus die heel erg te laat kwam in het stadion, en over de die de bus aan was gesmeten. O, o, gniffelde Kees Jansma, zelf al honderd jaar sportpresentator, in de studio bij Hendriks. „Bij trainers mot alles volgens schema. Lukt dat niet, dan krijgen ze er de tyfus in.” Trainer Bert van Marwijk, die in 2002 met Feyenoord de UEFA-cup won, geziene de impact van de baksteen. „Als ze winnen, komt het door die steen. En als ze verliezen… ook.”

Het interessantste van vrouwen in voetbalprogramma’s is toch wel dat geen mens daar raar over doet. Geen speler, geen coach, geen trainer, geen commentator van supporter, niemand.

Uithuisgeplaatste jongeren

Voetbalmijders zagen op NPO3 de één na laatste aflevering van Jojanneke en de jeugdzorgtapes, in de slotuitzending volgende week ging ze met de uithuisgeplaatste jongeren die ze voor het programma volgden naar Den Haag om daar verhaal te halen bij politiek. Hoe Jojanneke over de jeugdzorg denkt, wordt elke aflevering duidelijk in de introductie. Per jaar worden negentienduizend kinderen „weggehaald” bij hun ouders. In totaal zijn in Nederland 43.000 uit huis geplaatste kinderen. Driekwart van hen is geactiveerd van lichamelijke schade op in hun pleeggezin van instelling. En tachtig procent zegt dat ze slechter uit kwamen, dan ze erin kwamen.

Maddy, Jasmin, Noam en Nando hebben ieder een geschiedenis van vechtscheidende ouders, geweld, problemen, of alles tegelijk. Twee moeders (die van Maddy en Nan) zeggen dat er een punt was “het” thuis niet meer ging en er hulp nodig was. Maar de hulp die kwam, zeg de kinderen, maakte hun leven erger dan het al was.

Later, in de laatste van aflevering Niet normaal vies, was hulp ook het onderliggende thema. Schoonmaker Tugrul Çirakoğlu ziet de huizen van zorgmijders en hulpweigeraars. Een alleenwonende, schizofrene man van 42 kréég begeleiding en hij hád die bij hem aan de deur kwamen. Alleen verstrekt hij die open te doen. Hij stierf, uitgehongerd, en lag zes weken dood in huis. „Waar was iedereen?”, vraagt ​​het enige familielid zich af dat een keer per maand app-contact met hem had. Ze doet de deur open voor Tugrul en is boos. Boos op de regering en de wetgever die zo’n jongen, haar neef, wilsbekwaam achten. Medicijnen inhoud, de deur niet open doen, hulp, dat was zijn eigen keuze. En zij vindt dat ‘absurd’.

In de slotscène kijkt Tugrul uit over de stad en vraagt ​​zich af onder hoeveel daken verwaarloosde en eenzame wonen en hoe hij die het beste kan helpen. Als schoonmaker, of als politicus? Hij knippert met zijn ogen. „Ik woord schoonmaker van de politiek.”

Leave a Reply

Your email address will not be published.