Waarom maakte de Finse schilder Axel Gallen maar één meesterwerk?

Het eenzame meesterwerk in een schildersoeuvre is vreemd in de kunstgeschiedenis. Het Keitelemeer van de Finse kunstenaar Axel Gallen (1865-1931) is er zo een, een eenling die een plaats heeft gevonden omdat er iemand door werd geraakt.

Gallen, een schilder met een breed oeuvre, was een boeiende figuur, die rond de vorige eeuwwisseling een extreem dubbellevend schild, vol, reizen en prijzen, afgewisseld door verblijven in de doodstille weidsheid van de Finse natuur. Hij was daar ook toe, die Finse plek was een niche, in de extreem competitieve kunstwereld van de late negentiende eeuw. Net als Van Gogh, Gauguin en veel andere tijdgenoten begreep hij dat hij moest werken aan een eigen imago om zich een plaats te veroveren in het toen al enorme Europese kunstaanbod. Van Gogh had zich vroeg de rol van volksschilder en brenger van troost toegeëigend, Gauguin koos voor die van ‘nobele wilde’, die zijn comfortabele leven verruilde voor de puurheid van de Stille Zuidzee.

In die lijn in de ontwikkeling van Gallen zich tot een specialistische voorstellingen met een uitgesproken Fins karakter: Finse boeren, Finse landschappen en Fin mythologie, met een pantheïstische grondtoon. In Frankrijk, waar hij zijn opleiding kreeg, werd de keuze voor zo’n krachtig gestimuleerd. Gallen had er ook wel succes mee in zijn tijd, maar toch is het als hij zijn vorm nooit helemaal vond. Primitieve boerentaferelen, symbolistische fantasieën vol Finse mythologie, poolsneeuw, je ziet hem laveren door de mogelijkheden van een Fins idioom.

Hij werkte hard, was technisch goed, maar er mist iets. Overtuigend misschien. Zelf weet hij dat ook. Na een periode in Parijs, waar hij minder welkom had, draaide bleek hij zijn artistieke kompas rigoureus van noord. In 1909 verplaatst hij naar Nairobi, waar hij impressionistische schilderijen met Afrikaanse begon te maken. Misschien hoopte hij, als noorderling in Afrika, iets te realiseren volgens het recept van Gauguin, maar het kwam niet van de grond. een tweede resetten als schilder van Native Americans in de Verenigde Staten strandde ook.

Gallen laat zien hoe moeilijk het is om een ​​eigen vorm te vinden, waarin je je als moderne kunstenaar consistent en vrij kunt bewegen. Waarom lukt het de een wel, en de ander niet? Bij Gallen blijft alles een beetje zorgen. Door de verf heen zie je hem kalibreren.

Publiekslieveling

En dan sta je tegenover dat meer. Niet zijn grootste van het meest spectaculaire schilderij, eigenlijk ook niet zo vreselijk Fins, maar volkomen origineel met die grijze strepen in het wateroppervlak. Het schilderij behoort tot de publiekslievelingen uit de National Gallery in Londen, en je snapt waarom. Het is volkomen vrij van zienen, en het laat iets dat niet eerder zo is geschilderd.

De Amerikaanse criticus Clement Greenberg schreef in het essay Conventie en innovatie (1976): „Sommige kunstenaars maken superieure kunst zodra ze opgeven om daarnaar te streven.” Het vat de benarde positie van de eenzame kunstenaar op zoek naar zijn plek in de kunstgeschiedenis mooi samen. Er moeten meer kunstenaars zijn zoals Axel Gallen, begaafde, ambitieuze mannen en vrouwen, die hun talent pas echt kunnen vieren dat er iets uitzonderlijks gepresteerd moet worden.

Vaste voor dat prachtige schilderij van een meer in Finland, te midden van dat zoekende oeuvre, begrijp je pas echt wat Greenberg uitgevoerd met kunstenaars die op hun beste zijn als ze hun ambities uitgevoerd. Het is een landschap zoals je dat wel vaker ziet: een spiegelend meer met een eilandje erin en een kleine strook lucht met wolken erboven.

Wat het andere uitzondering maakt, zijn die zeldzame horizontale stroken die de waterspiegel door. Volgens het tekstbordje gaat het om stukken half ijs, de catalogus is verbonden met een oude mythe. Maar het maakt niet uit, de onbestemdheid van de stroken draagt ​​juist bij aan de overtuigingskracht en de eigenheid van het schilderij. Ze wekken de indruk dat ze te zien waren, maar nog niet helemaal gedefinieerd zijn.

In de dagelijkse dagelijkse gebeurt dat vaak, zonder dat je erop let: een dood dier dat een tak blijkt te zijn, een luchtspiegeling, een windvlaag of iemand aan je jas trekt. In de schilderkunst is die vorm van associatieve waarneming echter vreemd wil moeilijk te bereiken. Het neemt al snel de vorm aan van de schone symboliek, waar ook het oeuvre van Axel Gallen niet vrij van is. Maar het Keitelemeer is een vrijstaand meesterwerk, en niets eraan is niets. Alles klopt op die geheime manier ook bij Van Gogh vaak klopt. Waar het bij Van Gogh te combineren was met zijn artistieke missie, was dat voor Gallen een probleem. Maar hij heeft tenminste één meesterwerk gemaakt waarin het is gelukt.

Felice Casorati

Echte eenlingen binnen een oeuvre zoals het Keitelemeer zijn onverwachte, omdat ze negen van de tieneuvre tot zijn vergaan, samen met het verdere o van de maker, dat net goed genoeg was om door musea te worden gekoesterd. Ze zijn er wel, en genoeg, dan zijn het ook vaak publiekslievelingen; schilderijen waarvan wordt gehouden, door veel mensen. Dat geldt voor het Keitelemeermaar bijvoorbeeld ook voor het schilderij Meisje op een rood tapijt van Felice Casorati, uit het Museum voor Schone kunsten in Gent.

Casorati was net als Gallen een interesse, ambitieuze kunstenaar, beslist geen prutser en ook succesvol in zijn tijd. Hij maakte naam met een vorm van afgedroogd, gereduceerd realisme dat in de eerste decennia van de twintigste eeuw populair was. Hij maakte schilderijen die modern oogden, een beetje kubistisch en toch ook realistisch.

Felice Casorati (1883 – 1963), Jong meisje op een rood tapijt (1912)

Collectie MSK Gent

Maar Meisje op een rood tapijt is anders, gewoner en bijzonderder tegelijk. Het schilderij toont een soort dat zo’n beetje op de grond ligt, een elleboog leunend op een kussen. Haar rechterschoenzool is zichtbaar. Alleen kinderen kunnen er zo bijliggen zonder dat iemand er wat van vindt. Ze is omgeven door een pop, een waaier, prentenboeken. Haar hand op de rug van een kleine slapende hond. Het standpunt is laag en toch scheert onze blik boven de kruin van het meisje uit over dat beeldvullende tapijt. De buitenwereld doet zich alleen gelden in de vorm van lichtvlakken, net buiten de kring van het soort. Het meisje heeft ook een naam, Ada Trentino, dochter van een andere kunstenaar Attilio Trentino.

Dit schilderij zich samen met geen enkele tijdgenoot van Casorati, het zich ook niet echt met de stromingen van zijn tijd. Het is gewoon, geschilderd maar er is geen ander schilderij een mensenkind er zo bijligt, en geen schilderij waarin een tapijt zoveel golflengte krijgt. Het draagt ​​niets uit, buiten de kleine wereld die het vertolkt. Het is op een volkomen impliciete origineel, en perfect in zichzelf. Dit effect van impliciete compleetheid kom je vaker tegen bij portretten, misschien omdat de kunstenaar in dat gezelschap minder op zijn of haar tenen liep.

Strepen van ijs

En dat lijkt ook het geval bij dat meer in Parijs. Het verhaal gaat dat Gallen een tijdje was neergestreken aan de oever van dat meer, om bij te komen van zijn rusteloze leven. En toen moet hij iets hebben gezien dat hem direct en dat hij kon vertalen in een schilderij: strepen van ijs, of wind, of beide. De kunstwereld met zijn eisen en directieven was ver weg. Er was een kunstenaar, en er was dat meer.

‘Axel Gallen’, leest de signatuur linksonder. Drie jaar later gewijzigd hij zijn naam in Akseli Gallen-Kallela, omdat dat Finser klinkt. In 1931 stierf hij in Stockholm aan longontsteking, met achterlating van dat wijdvertakte en ook een beetje krampachtige oeuvre. Maar zijn ene echte meesterwerk ontstond toen hij zelfs van het podium was gestapt. Zelf iets buitengewoons had voortgebracht, getuige het feit dat hij er nog vier ontstaan ​​van gemaakt.

Leave a Reply

Your email address will not be published.